Posts tonen met het label knobbelzwaan. Alle posts tonen
Posts tonen met het label knobbelzwaan. Alle posts tonen

zondag 12 juli 2026

Even iets moois nr. 625 - Jonkies

Ik maakte deze maand al duizenden onwerkelijk mooie foto's, eigenlijk te veel schoonheid om zomaar een selectie van te maken. Ik doe toch maar een poging en begin met jonge vogeltjes in allerlei biotopen.





Een jonge Kauw. Ze moeten leren wat eetbaar is en wat niet en daarom proberen ze alles wat voor hun snavel komt. Deze dot pluis zal niet op het menu komen, schat ik.





Sociale vogels, die Spreeuwen. Ook de jongen zie je momenteel in grote groepen rondtrekken en onderling druk communiceren.





Een jonge Boerenzwaluw. Ik observeer hem vanuit de auto en wacht tot er een ouder komt om hem te voeren. Maar na een kwartier rijdt er een andere auto langs en floep... weg is-ie. Jammer.





Schattig, die jonge Knobbelzwanen. Ik tel er maar vier en snap niet goed waarom het er zo weinig zijn. Misschien een paar in de sloot met de andere ouder?





Ik probeer dat een beetje in de gaten te houden en daarom denk ik dat dit het laatste van de vele nesten is dat onlangs is uitgekomen. Moeder Fuut vaart het hele kroost - al in pyjama - de Vecht rond terwijl vader op visvangst gaat.





Jawel, vader had beet. Je ziet vaak dat een van de jongen het gretigst is. Die stapt van moeders rug af en neemt de meeste visjes in ontvangst. Hij zal ook het snelst zelfstandig zijn, neem ik dan aan.





Kijk, een juveniele Heggenmus zoekt een plekje zonder kroos om een badje te nemen.





En dat is precies wat deze jonge Zanglijster ook wil.





Oei, nu geraak ik toch in ernstige verlegenheid. Ik dacht eerst - vanwege dat witte vleugelstreepje - te maken te hebben met een juveniele Bonte Vliegenvanger, maar die bijna oranje borst suggereert meer een Gekraagde Roodstaart. Dus mocht u uitsluitsel kunnen geven: graag!





Hier is dan weer geen twijfel mogelijk: een jonge Kuifmees. Zijn kuifje is nog in het puberstadium maar onmiskenbaar aanwezig.





Een jonge Pimpelmees; wat pluizig nog, maar al aardig op kleur. Van de mezen haalt zo'n 80% de volwassenheid niet. Ze vallen ten prooi aan katten, roofvogels en ander ongerief.





Een van de grappigste jonkies is toch wel die van de Roodborst. In eerste instantie zwaar gespikkeld en dan zie je na een paar weken de eerste oranje veertjes op de borst verschijnen.





Dit is dan toch wel het snoepje van de maand: een nog niet helemaal uitgekleurde man Kruisbek! Vooral volwassen mannen zijn een schoonheid om te zien met hun koraalrode kleur, maar deze mag er toch ook beslist wezen. Zijn snavel is helemaal aangepast aan zijn eetgewoonte: het opdiepen van zaden uit de kegels van naaldbomen.





En als afsluiter onze kleinste futensoort: de Dodaars. De jonkies zijn schatjes om te zien en hoe klein ze ook zijn, ze proberen al dapper mee te duiken. Maar een lekker hapje van pa laten ze zich nog goed smaken.


zondag 5 mei 2024

Even iets moois nr. 548 - Leven in de polders

Oei, ik ben redelijk uit het ritme geraakt van een wekelijks verslagje. Ik doe een inhaalpoging, gekoppeld aan het voornemen mijn avonturen voortaan weer wekelijks te delen.





In de Nieuwe Driemanspolder zitten nogal wat Grauwe Ganzen en die hebben inmiddels jongen. Zoals veel jonkies meer dan schattig. En elke keer weer valt me op hoe gedisciplineerd de ganzenjongen doen wat moeder of tante zegt.





Ganzen passen op elkaars kinderen. Daarom zie je soms één ouder met wel een stuk of 20 jongen. Een soort crèche eigenlijk.





Of het de eigen kinderen zijn weet ik dus niet, maar dat maakt voor de ouderliefde en opvoeding niks uit, zo lijkt het.





Maar nu vindt de Canadese Gans het wel genoeg met al dat grut op zijn domein. Met vervaarlijk gesis jaagt hij ze terug naar hun moeders of tantes. Wegwezen!





In de Nieuwe Droogmaking, Berkel en Rodenrijs, ben ik op zoek naar de engelse kwikstaart als ik ineens een heel andere vogel zie rondscharrelen. Ik ga zitten in de natte berm en wacht het even af. En zo komt deze Tapuit binnen het bereik van de telelens. Waarschijnlijk op doortrek naar Noord-Amerika of Groenland, want zijn biotoop (zanderige vlakte met stenen of muurtjes) komt in ons land bijna niet voor.





Eveneens in de Nieuwe Droogmaking kom ik ineens een zeldzaamheid tegen: de Steltkluut. Zijn ranke lijf, de hoge poten en dunne snavel maken hem de allerijlste onder de vogels (vind ik altijd.) 





Zeldzaam, en ik sta dan ook verbaasd dat er vier tegelijkertijd rondscharrelen. Deze lijkt zelfs aanstalten te maken een nest te bouwen! Afwachten maar, want er zijn jaarlijks wel enkele broedparen in ons landje.





De Kievit lijkt vanuit de verte ongeveer zwartwit, maar met een zonnetje op zijn veren blijkt hij een soort oliepak aan te hebben.





We logeren een nachtje op Texel, dus even de gelegenheid te baat genomen om de vogelboulevard af te struinen. Daar tref ik deze vogel en ik weet even niet goed wat ik zie. Lijkt een beschimmelde grutto en dan ben ik er ook wel uit: het is de Rosse Grutto, nog ruiend naar zijn volledige zomerkleed. Deze trekt door naar Scandinavië of Rusland, want ze overwinteren en pleisteren wel hier, maar broeden elders.





Een prachtig schouwspel langs de vogelboulevard: baltsende Kokmeeuwen.





Ah, deze scoort beslist hoog op het lijstje van op het eerste gezicht nietszeggende foto's, maar... Dat kleintje in het midden vooraan is toch echt de uiterst zeldzame Grauwe Franjepoot! Hij houdt zich wat verscholen tussen de kemphanen, maar hij wordt toch ontdekt. Nooit eerder gezien en dat zal voor velen gelden.





Texel, dat is ook even naar de zonsondergang bij de vuurtoren. Schitterend!





Deze vuurtoren dus, in het warme licht van de ondergaande zon.





We zijn lang niet de enigen die na zonsondergang nog over het strand lopen. Koud en mooi!





Ik krijg van iemand een tip: de Binnenveldse hooilanden zijn een eldorado voor allerlei vogelsoorten. En dat klopt. Het wolkt er sowieso van de gele kwikstaarten, maar in het moerassige deel vind ik deze Bosruiter.





Maar vooral de Gele Kwikstaart is aanwezig. We lopen kilometers door het gebied, maar nooit zonder het gezang van meerdere Gele Kwikken.





Je moet natuurlijk nooit menselijke gevoelens projecteren op een vogel, maar toch betrap ik me bij jonge Meerkoeten altijd op de gedachte hoe een moeder naar zo'n kind kijkt...





Het kan, opstijgen zonder stikstofuitstoot. Een Knobbelzwaan heeft altijd wel een aanloopje nodig om los te komen.

maandag 3 oktober 2022

Even iets moois nr. 489 - van Biesbosch, grienden en Veluwe

Zo, laatste blog is van alweer 5 weken terug. Komt mede doordat we laat op vakantie waren. Toch nog 23 graden vorige week: 11 's morgens en 12 in de middag. In ieder geval mooie dingen gezien in september, kijk maar.





Op de Hoge Veluwe, maar ook elders natuurlijk, woedde de bronst van de Edelherten. Altijd een schouwspel om een paar uur van te genieten. Rechts de baas, althans voor dat moment en op die plek.





Uit het struweel komt plots een groep hindes en jongere dieren, aangetrokken door de uitgestrooide appeltjes. Daaronder een hert van misschien een jaar of drie, vier, met al een paar mooie stangen.





In ieder geval nog geen concurrent voor deze stoere knaap die geen moeite heeft zijn harem bij elkaar te houden.





Waakzaam houdt het hert de dames in de gaten, alert op een in de verte burlende tegenstander.





De appeltjes trekken ook altijd wat wilde zwijnen aan. Ze laten zich zo'n fruithapje goed smaken en worden als vanzelfsprekend getolereerd door de herten.





De zon gaat al onder wanneer we op het Reemsterveld een tweede kudde Edelherten zien. Dit hert laat luidkeels horen wie de bezitter daarvan is. We blijven zolang hangen dat de boswachter zich genoodzaakt ziet ons de uitgang te wijzen. Tja, bijna opgesloten...





Inmiddels hangt bij de Rhoonse Grienden al twee weken een zeldzame juveniele Roodpootvalk rond. Hier terwijl er wat regendruppels vallen. Heel vogelend Nederland heeft het beestje al bezocht als wij ook maar eens een kijkje gaan nemen.





Roodpootvalken zijn bewoners van Oosteuropese landen, maar tijdens hun trek naar het zuiden willen vooral juvenielen wel over Nederland waaien. Zeer sporadisch, dat dan weer wel. Meest bijzondere was dat deze vogel kennelijk de mens niet kent, althans niet als gevaarlijk beschouwd. Het is bizar dat je een roofvogel zomaar kunt benaderen tot op een meter of drie. Het levert plaatjes op om te zoenen.





Zodoende loop je er eens een keertje omheen voor licht tegen, licht mee, of een raadselachtige achtergrond. Een schitterende vogel en zijn vriendelijkheid zal me lang bijblijven. Dankje rpv; het ga je goed!





Ergens in de afgelopen maand deed ik ook de Biesbosch aan. Immer veel te zien maar met foto's kom ik niet thuis; altijd te ver weg. Zoals deze, maar leuk is dat we hier toch de Krombekstrandloper kunnen herkennen. Aan zijn snavel (voor degene die wat meer hints nodig heeft.)





En mooi is het er ontegenzeggelijk!





Een Knobbelzwaan stapt in hevige doch gerechtvaardigde toorn op een soortgenoot af.





Nou kijk dan, dat moet toch minstens het tweede broedsel zijn. Waterhoentjes, hooguit een paar dagen oud.

zondag 18 april 2021

Even iets moois nr. 430 - Rietvogeltjes; alweer

Afgelopen vrijdag opnieuw op zoek naar de blauwborst en andere rietbewoners. Minder wind, minder koud, maar de resultaten bleven toch wat achter. Gelukkig waren er genoeg alternatieven, zodat we ons meer dan vermaakt hebben.





De Rietzanger. Zijn zang is fanatiek en hartstochtelijk en dat maakt hem voor mij erg sympathiek. En mooi ook, in zo'n scala aan bruintinten.





De Groene Jonker. Moerassig, veel slikrandjes en grote plassen. Veel vogels houden hier van, maar omdat het gebied aan nogal wat (natuurlijke) veranderingen onderhevig is, verschilt de populatie van jaar op jaar. Zo zagen we wel weer diverse paartjes geoorde fuut (jaren niet gezien,) maar misten we de 'hoemp' van de roerdomp en het gekrijs van de waterral.





Het was er tamelijk druk. Dat had te maken met een gisteren gesignaleerde Grote Zeldzaamheid, en wel de Siberische taling. Die werd uiteindelijk ook wel weer gevonden, maar op een afstand van bijna een kilometer. Alleen de duurste telescopen brachten uitsluitsel en voor mijn eenvoudige uitrusting zat zelfs een bewijsplaatje er niet in.





Tussen al die gekkies viel deze Sappige Zestiger op, uitgerust met een gebreide telelens!





De Blauwborsten waren er zeker, maar ze lieten zich niet makkelijk voor de lens vangen. Op enig moment kwam er eentje op drie meter van ons af zitten en begon zijn melodieuze wijsje. Zo'n moment kun je niet verstoren en we bleven als bevroren staan luisteren, tot hij wegvloog. Bewijsplaatje van een andere dan maar en hopen op betere gelegenheden.





Veel verliefde Knobbelzwanen op de plas en aan de wal. Bij het buigen en knikken naar elkaar ontstaat altijd wel even een hart tussen de gelieven in.





Een Krooneend op de Zevenhuizerplas. Geen inheemse soort. De populatie is waarschijnlijk ontstaan door losgelaten of ontsnapte volièrevogels. Ons natuurbeleid is soms niet te volgen. Deze soort wordt (net als de halsbandparkiet) ongemoeid gelaten, terwijl rosse stekelstaart en huiskraai worden bejaagd of gevangen.





We waren bij de Zevenhuizerplas voor dit stel: de Kuifduiker. De voorste is nagenoeg op kleur, de achterste heeft nog een paar weken te ruien. Kuifduikers kennen we vooral van de winter. In kleine aantallen zijn ze dan langs onze kusten te vinden, maar in dat jaargetij in saai grijs. Bij deze foto was de zon net even weg, anders zouden de kleuren van je scherm spatten. Een Kuifduiker in zomerkleed is een feest voor het oog.





Een biddende Torenvalk. Fraai hoe de zon door de staartveren heen speelt.