Vorige week liep ik door de Westbroekse Zodden. Dat is een stuk weiland dat verschraald en verruwd is geworden (net als ikzelf) met moerassige delen, en daardoor onderdak biedt aan een enorme rijkdom aan insecten en mooie vogelsoorten. Mijn doel was de roerdomp, hopelijk een visarend, en de Kempense heidelibel.
Dit is toch een ongelooflijk plaatje! Het is de Moerassprinkhaan; algemeen, maar in deze kleuren zag ik hem niet eerder. Leest u al wat langer mee, dan weet u dat ik sprinkhanen bijzonder boeiend en hoogst grappig vind. Weet je ze te benaderen en van dichtbij te bekijken dan zie je dat ze je in de gaten houden maar ondertussen gewoon hun toilet gaan zitten maken. Vooral het poetsen van de sprieten is een aandoenlijk gezicht. Vind ik dan.
Het Klein Geaderd Witje. Met zijn subtiel geaderde vleugels altijd weer aantrekkelijk om te fotograferen, vooral zonder direct zonlicht.
Zo dan, mevrouw Wespspin in haar web met het kenmerkende zigzagje er in. Meneer zie je zelden; is een stuk kleiner en ook minder opvallend. Eindigt niet zelden in de maag van mevrouw, na de paring. De Wespspin (ook wel tijgerspin genoemd) is bezig aan een opmars. Kennelijk door het warmere weer zie je ze steeds noordelijker. In de Zodden zijn ze inmiddels zeer algemeen, zag ik tot mijn verbazing.
Een Kleine Rode Weekschild of Soldaatje. Zit soms met meerdere exemplaren op dit soort schermbloemen. Paarlustige beestjes, vooral in dit jaargetij.
Een Snorzweefvlieg. Knappe plaat wel, al is het minder moeilijk dan het lijkt. Dit soort zweefvliegen hangt vaak een paar seconden stil op dezelfde plek. Als je er bij gaat staan met de camera in de aanslag, dan wil het soms best lukken. Nou ja, ik heb wel vele tientallen mislukkingen weggegooid...
Sta ik een plantje met meerdere Klein Geaderd Witjes te fotograferen, zie ik pas thuis dat er een Lantaarntje op hetzelfde blad is gaan zitten. Twee voor de prijs van één.
Nee zeg, wanneer zag u voor het laatst een Kleine Vos? Als kind stond ik bij een vlinderstruik helemaal vol met Kleine Vossen en dan was ik opgetogen wanneer daar een keer een schoenlapper (atalanta) of dagpauwoog tussen zat. En nu? Ik geloof dat ik al een paar jaar niet een Kleine Vos heb gezien, dus extra blij met deze ontmoeting.
Een vers exemplaar van de Atalanta.
Deze sprinkhaan is niet op naam te brengen. Hij is deel van de Chorthippus groep en daaronder vallen de bruine sprinkhaan, de snortikker en de ratelaar; veldsprinkhanen die zich onderscheiden door hun geluid (denk ik) maar dus niet anders van uiterlijk.
Ah, daar is-ie dan: de Kempense Heidelibel. Kwam vroeger vrijwel uitsluitend in de Kempen voor, maar is zijn gebied aan het uitbreiden. Ook noordwest Overijssel kent inmiddels een populatie en er zit een groep in de Zodden. Ondanks dat nog steeds zeldzaam. Een mooie, elegante libel.
Een Distelvlinder. Momenteel veel te zien. Mooi aan de oranjebruine bovenkant, maar de onderkant is minstens zo fraai. Zie toch dat patroon en die rij ogen... Het is een trekvlinder die vanuit zuidelijker landen hier naartoe komt, en dus straks ook weer vertrekt. De aantallen variëren per jaar. Overwinteren kunnen ze niet hier.