Een dagje regen en het aantal paddenstoelen explodeert. Opnieuw zat ik vaak met mijn neus net boven de grond en fotografeerde ik de meest fraaie en merkwaardige vormen en kleuren.
Brrr, de Groene Knolamaniet. Giftiger dan giftig. Een klein stukje eten staat al garant voor een trage, onontkoombare en pijnlijke dood. Ik richt mijn lens er dan ook met een voorzichtig ontzag op. In het Engels heet-ie Death Angel en dat zegt genoeg.
Mooi en veel te zien: de Roodbruine Slanke Amaniet. Elegante verschijning.
Dit is de Kammetjesstekelzwam. Met zijn verdiepingen van kegeltjes en sliertjes is het voor mij de meest wonderbaarlijke vorm die een organisme kan aannemen. Toen ik vorig jaar mijn allereerste zag was ik dagen van slag, zo had de aanblik me aangegrepen.
Zowel in vorm als qua naam een innemende verschijning: het Plooirokje!
De Grauwe Amaniet. Niet giftig, zelfs eetbaar. Heeft een geur die in de verte naar aardappelen zweemt.
De Kastanjeboleet. Een stoere paddenstoel die bijna uitnodigt erop plaats te nemen. Dat uitsteeksel links is een of ander insect.
Het Kleverig Koraalzwammetje. Dat ie kleverig is blijkt wel: er plakt van alles aan.
Er vliegt nog een aantal libellensoorten. Hier de Bruinrode Heidelibel. Veel te zien op open zandpaden waarbij ze telkens een stukje voor je uitvliegen en dan weer neerstrijken.
Leuk toch. Een heel dorpje van de Glimmerinktzwam. Schattig om te zien.
Tja, is dit nou mooi of lelijk? Met zijn verfrommelde hoed aarzel ik altijd of ik wel een foto wil maken van de Witte Kluifzwam. Hij is in ieder geval bijzonder!
Alle koraalzwammen zijn fotogeniek. Hier de Witte Koraalzwam; staat in struikjes op de bosbodem en valt daar totaal niet op.
Dit is dan toch ook weer een beauty: de Geschubde Inktzwam. Later krult de hoed op en krijgt dan die kenmerkende zwarte, druipende randen. Maar vers zie je vooral die mooie geschubde hoed.











