Posts tonen met het label snorzweefvlieg. Alle posts tonen
Posts tonen met het label snorzweefvlieg. Alle posts tonen

maandag 3 augustus 2026

Even iets moois nr. 626 - Kriebelbeestjes

Vorige week liep ik door de Westbroekse Zodden. Dat is een stuk weiland dat verschraald en verruwd is geworden (net als ikzelf) met moerassige delen, en daardoor onderdak biedt aan een enorme rijkdom aan insecten en mooie vogelsoorten. Mijn doel was de roerdomp, hopelijk een visarend, en de Kempense heidelibel.





Dit is toch een ongelooflijk plaatje! Het is de Moerassprinkhaan; algemeen, maar in deze kleuren zag ik hem niet eerder. Leest u al wat langer mee, dan weet u dat ik sprinkhanen bijzonder boeiend en hoogst grappig vind. Weet je ze te benaderen en van dichtbij te bekijken dan zie je dat ze je in de gaten houden maar ondertussen gewoon hun toilet gaan zitten maken. Vooral het poetsen van de sprieten is een aandoenlijk gezicht. Vind ik dan.





Het Klein Geaderd Witje. Met zijn subtiel geaderde vleugels altijd weer aantrekkelijk om te fotograferen, vooral zonder direct zonlicht.





Zo dan, mevrouw Wespspin in haar web met het kenmerkende zigzagje er in. Meneer zie je zelden; is een stuk kleiner en ook minder opvallend. Eindigt niet zelden in de maag van mevrouw, na de paring. De Wespspin (ook wel tijgerspin genoemd) is bezig aan een opmars. Kennelijk door het warmere weer zie je ze steeds noordelijker. In de Zodden zijn ze inmiddels zeer algemeen, zag ik tot mijn verbazing.





Een Kleine Rode Weekschild of Soldaatje. Zit soms met meerdere exemplaren op dit soort schermbloemen. Paarlustige beestjes, vooral in dit jaargetij.





Een Snorzweefvlieg. Knappe plaat wel, al is het minder moeilijk dan het lijkt. Dit soort zweefvliegen hangt vaak een paar seconden stil op dezelfde plek. Als je er bij gaat staan met de camera in de aanslag, dan wil het soms best lukken. Nou ja, ik heb wel vele tientallen mislukkingen weggegooid...





Sta ik een plantje met meerdere Klein Geaderd Witjes te fotograferen, zie ik pas thuis dat er een Lantaarntje op hetzelfde blad is gaan zitten. Twee voor de prijs van één.





Nee zeg, wanneer zag u voor het laatst een Kleine Vos? Als kind stond ik bij een vlinderstruik helemaal vol met Kleine Vossen en dan was ik opgetogen wanneer daar een keer een schoenlapper (atalanta) of dagpauwoog tussen zat. En nu? Ik geloof dat ik al een paar jaar niet een Kleine Vos heb gezien, dus extra blij met deze ontmoeting.





Een vers exemplaar van de Atalanta.





Deze sprinkhaan is niet op naam te brengen. Hij is deel van de Chorthippus groep en daaronder vallen de bruine sprinkhaan, de snortikker en de ratelaar; veldsprinkhanen die zich onderscheiden door hun geluid (denk ik) maar dus niet anders van uiterlijk.





Ah, daar is-ie dan: de Kempense Heidelibel. Kwam vroeger vrijwel uitsluitend in de Kempen voor, maar is zijn gebied aan het uitbreiden. Ook noordwest Overijssel kent inmiddels een populatie en er zit een groep in de Zodden. Ondanks dat nog steeds zeldzaam. Een mooie, elegante libel.





Een Distelvlinder. Momenteel veel te zien. Mooi aan de oranjebruine bovenkant, maar de onderkant is minstens zo fraai. Zie toch dat patroon en die rij ogen... Het is een trekvlinder die vanuit zuidelijker landen hier naartoe komt, en dus straks ook weer vertrekt. De aantallen variëren per jaar. Overwinteren kunnen ze niet hier.


zondag 6 juli 2025

Even iets moois nr. 587 - Vlinders en libellen 2

De tweede aflevering met een deel van de oogst van ons weekend vlinderen in drie landen. En als ik me niet vergis had ik in deel 1 het verkeerde formaat van de foto's geplaatst. Maar misschien viel dat niet op. In ieder geval: hier een vervolg in de gebruikelijke kwaliteit.





Een van de allermooiste vlindertjes van deze reis: het Spiegeldikkopje. Het ontroerde me dit beestje in levenden lijve te ontmoeten. Zeldzaam en bedreigd in zijn voorbestaan; slechts nog op enkele plekken in ons land te vinden en dan nog in lage aantallen.





Hij staat dan ook op de rode lijst en wordt bijv. in België als uitgestorven beschouwd. Komt verder in grote delen van Europa tot Azië voor, maar altijd in zeer kleine populaties. Mooi hè...





Zie dit dan: een Staartblauwtje. Ook een zeldzaamheid, maar zijn aanwezigheid breidt heel langzaam uit.





U zag het al natuurlijk: het Geelsprietdikkopje. Te herkennen aan de gele of lichte onderkant van de sprieten. Ontbreekt vrijwel geheel in gebieden met kleigrond en lijkt zich terug te trekken in een strook in het oosten van ons land en in Zuid-Limburg. Aldaar gezien.





Zit het schone niet in het gewone? Hier de Dagpauwoog, maar de combinatie met dat blad maakt het toch een leuk plaatje. Vind ik.





Amaai, ik wist even niet wat ik meemaakte. In Zuid-Limburg, langs de Geul, worden twee kleine weerschijnvlinders gespot. En ineens is het Geuldal gevuld met een horde verkijkende vlinderaars, die kijkers en telelens richten op twee onduidelijke fladderaars boven de boomtoppen. Ik hoorde dat dit voor sommige kijkers een hoogtepunt uit hun leven was en dat liet mij achter met grote vraagtekens.





Ze blijven toch akelig mooi, die Weidebeekjuffers. En ja, ook het mannetje (zoals deze) moet het doen met de naam juffer.





De Gehakkelde Aurelia. Tot voor een aantal jaren moest ik toch minstens naar de Ardennen om deze te zien. Nu zitten er soms twee of drie in eigen tuin.





Zagen we hierboven de weidebeekjuffer, dit is de Bosbeekjuffer. Makkelijk te herkennen aan de geheel zwarte vleugel. Deze is ook aanzienlijk schaarser en staat op de rode lijst. Hij is afhankelijk van natuurlijke, schone, langzaam stromende beken en kennelijk voldoet de Geul aan die eisen.





Ook weer zo'n mooie uit de omvangrijke familie van de blauwtjes: het Klaverblauwtje. Wordt in Nederland als verdwenen beschouwd; ik trof hem in de Eifel.





De Snorzweefvlieg. Leuke beesten, die zweefvliegen. Ik laat ze graag op mijn arm of hand zitten zodat ze mineralen kunnen bijtanken.





Ook weer een leukerd: het Tweekleurig Hooibeestje. Ook verdwenen vanuit Nederland, maar in de Eifel, op droge tot matig vochtige graslanden, nog wel te vinden.





Ook weer in de Eifel, een landje met veel Muggenorchis. Een orchideeënsoort die houdt van kalkrijke graslanden en veel zon. Overigens in Nederland ook goed te vinden. Pas thuis zie ik dat ik per ongeluk een insect scherp op de foto er gratig bij kreeg.





Dambordje. Een Duitser loopt langs waar wij deze soort staan te fotograferen. Ah, zegt hij, Schachbrett. Schaakbord? En wij leggen hem uit dat het voor ons toch echt een dambord heet. Maar als ik hem dat  duidelijk wil maken kom ik niet op het Duitse woord voor dammen en ik mompel iets over weisse und schwarze Scheiben. Das vergesse ich sofort, zegt de man terwijl hij me wantrouwend opneemt en verder loopt. Ich auch, piep ik nog.

zondag 25 juni 2023

Even iets moois nr. 518 - Libellen

De vogelvrije vrijdag meende ik te moeten besteden aan libellen, juffers en meer van dergelijk klein spul. Zodoende op pad met de macrolens op de camera. Best warm, temeer daar je toch veiligheidshalve een lange broek aan moet in het lange gras en tussen de struiken.






Belangrijkste doel was de Weidebeekjuffer en die vond ik. Maar ze waren schuw en lastig te benaderen. Ik kwam dan ook niet ver met de macrolens en moest met de grote tele deze foto maken. Dat gaat dan wel ten koste van de kwaliteit van de opname.





De Weidebeekjuffer behoort tot de sierlijkste onder de libellen en juffers. In de zomer te vinden langs of op zuurstofrijk water en graag in de volle zon.





Nogal algemeen: de St. Jansvlinder. Het is een dagactieve nachtvlinder uit de familie van de bloeddrupjes.






Ik hoor wat gerommel in de struiken en zie brandnetels bewegen. Oorzaak is een Grote Groene Sabelsprinkhaan die zich onhandig springend een weg baant. Ik zie geen vleugels dus dit is dan misschien een jong exemplaar. Volwassen wordt hij zo'n 8 centimeter lang; de vrouwtjes beschikken over een legboor die soms ten onrechte met een angel wordt verward.





Het Groot Dikkopje is zeer algemeen in vochtige graslanden en ruigten.





De Gewone Honingbij. Zeer algemeen en tegelijkertijd bedreigd zoals alle bijensoorten. Een van de belangrijkste bestuivers van onze fruitbomen.





Een Soldaatje. Eveneens zeer algemeen en in deze tijd naarstig op zoek naar een partner.





O kijk nou, een Geringelde Smalboktor. Hij dankt zijn naam aan zijn geel met zwarte sprieten.





Mooi toch ook, de Snorzweefvlieg. Ik neem wel eens de tijd om ze vliegend vast te leggen, omdat ze vaak even stil hangen voor een bloem. Maar deze zit gewoon.





De Blauwe Breedscheenjuffer tijdens een romantisch tête-à-tête. Het is volop het seizoen waarop gewerkt wordt aan het doorgeven van de genen.


woensdag 28 juli 2021

Even iets moois nr. 441 - Vlinderen op de Hoge Veluwe

Afgelopen vrijdag een dagje het park in geweest. Waar ik niet op had gerekend: de vogelkijkhutten waren dicht en dat vond ik best jammer. Desondanks een dagje prettig gevlinderd met erg algemene soorten en als bijzondere uitdaging het soms felle zonnetje.





De Heivlinder. Die zie ik nou echt nooit met de vleugels open; altijd gesloten en vaak ook nog de bovenvleugel achter de ondervleugel. Hier laat hij gelukkig het oog zien op de bovenvleugel.





De Snorzweefvlieg, een van de vele soorten zweefvliegen. Mooie insecten met hun gestreepte lijf.





Er zijn meer soorten van, maar dit lijkt me de Grote Rupsendoder. Apart insect, met een soort mierenkop. Het is een vliesvleugelig insect uit de familie van de langsteelgraafwespen; een weetje dat ik niet ga overhoren...





In het algemeen niet moeilijk te vinden en ook niet moeilijk te fotograferen: de Kleine Vuurvlinder. Fraai gestippeld en gevlekt, zowel onder als boven.





De Gevlekte Smalboktor. Doet het goed op dat gele kruiskruid.





Een fraaie libel met een goudkleurig lijf, de Platbuik. Dichterbij mocht ik helaas niet komen.





Misschien juist omdat hij niet zo uitbundig is gekleurd kijk ik graag naar de Bruine Vuurvlinder. Van boven bruin, met iets van paars bestoven. Mooi, dacht ik zo.





Hier dezelfde Bruine Vuurvlinder, maar nu zien we de onderkant van zijn vleugels. Inderdaad toch ook wel erg mooi.





Met de verrekijker zag ik hem bovenop de bloemen, maar dichterbij gekomen moet ik toch verdraaid goed zoeken. De Grote Groene Sabelsprinkhaan laat zich zakken en verstopt zich achter takjes en draait met mij mee. Ondanks zijn algemeen voorkomen en lengte van zo'n 8 centimeter toch lastig te spotten.





Het Boomblauwtje. Zit soms ook bij u thuis in de klimop en valt vliegend op door zijn blauwe kleur.





Hmm, tja, een beetje gekke foto. Ik zag die dikke donkere bomen langs de weg en wilde die zwarte stammen mooi laten uitkomen. Maar de instellingen van de camera stonden nog op de vlinders en zo kreeg ik een zwaar overbelichte bomenrij. Bij nader inzien vind ik het effect wel apart en beschouw ik het plaatje niet als mislukt. Het kan verkeren...


zondag 14 juni 2020

Even iets moois nr. 398 - van roerdomp tot zonnedauw

Afgelopen dagen op diverse plekken foto's gemaakt, dus een beetje van alles wat.





Toch met afstand het lelijkste jonkie dat ik ken: een jonge Meerkoet. Kwestie van smaak natuurlijk, maar ik kijk maar snel naar de volgende foto.





Vorige week drie uur posten, deze week twee uur en eindelijk een foto al had ik die graag wat fraaier gehad: de Roerdomp!





Een Ooievaar landt op het nest waar twee jongen niet zitten te wachten op eten. Nou is de maaltijd ook niet echt aantrekkelijk verpakt, lijkt me.





O, da's mooi: een Moeraswespenorchis. Vrij zeldzaam en volstrekt onopvallend tussen het gras. Ik zie ze voor het eerst.





Hier wilde ik al een poosje een foto van: de Amerikaanse Rode Rivierkreeft. Een exoot die nogal wat verwoestingen op zijn naam heeft. Hij vermenigvuldigt zich explosief en vreet onze eigen kikkers en kleine visjes op. Te vinden in elke sloot.





Ronde Zonnedauw, een vleesetend plantje. Te vinden op een zeer vochtige bodem en soms zelfs met de voetjes in het water. Van dichtbij prachtig, maar zo klein dat ik denk dat de meeste mensen er zomaar op kunnen gaan staan zonder te zien of te weten wat ze vertrappen.





Nog een orchidee, gevonden in de Krimpenerwaard: de Rietorchis. Ik probeer altijd wat hier goed lukte: schaduw op de bloem, zon op de achtergrond. Daarom zet ik mijn fototas ernaast, zodat ik plaatselijk even de zon weg hou. Altijd uitkijken dat die tas niet omvalt, want dan is niet alleen de setting weg maar waarschijnlijk het plantje ook...





Sinds enige weken heb ik een nieuw, gebruikt macro-objectief. Daarvan werkt niet alleen de autofocus een stuk sneller, maar hij heeft ook een stabilizer aan boord. Es even uitgeprobeerd op een vliegende Snorzweefvlieg. Ja, hij doet het!