zondag 18 februari 2024

Even iets moois nr. 542 - Struinen door bos en polder

Ik waagde deze vrijdag nog een poging om de middelste bonte specht voor de lens te krijgen. Dat lukte niet. Wel regende ik helemaal door want ik liep zonder paraplu door het bos. Tja.





Al struinend door het bos kreeg ik ineens het gevoel dat ik bespied werd...





Ook in het bos een luidruchtige dreumes, de Winterkoning. Hij strijkt ineens vlak voor me neer en zingt me enthousiast toe.





Ik verlaat het bos in de middag en concentreer me op de polder. En zie, een mooie Torenvalk aan de slootkant, vast op zoek naar een muisje.





Tot mijn verbazing tref ik in de polder zomaar een groep van 13 grote zilverreigers, maar - nog mooier - ook nog eens 3 Koereigertjes. Ze heten nog steeds zeldzaam, maar volgens mij worden ze wel steeds gewoner.





Veel te ver natuurlijk, maar het gaat me even om die bruine vogels die zich mengen tussen de kieviten. Het zijn Goudplevieren die hier vrij massaal en toch amper zichtbaar overwinteren. Vliegen de kieviten op, dan doen de plevieren hetzelfde; strijken ze weer neer, dan doen ze ook dat gezamenlijk. Daarom kijk ik altijd extra alert naar de kieviten die soms in enorme groepen boven de polders zweven. Bijna altijd (in de winter) zie je er de kleinere, slankere Goudplevieren tussen.





Nog een plaatje vanuit de kop van Noord-Holland, die ik maakte vanuit mijn werk. Het is een Zwarte Ruiter in winterkleed. Zoals de naam doet vermoeden is hij zwart in de zomer, maar dan zijn ze opgeschoven naar veel noordelijker streken. Mooie vogel.

zondag 11 februari 2024

Even iets moois nr. 541 - Terug naar de kust

De vrijdag gingen we langs de kust op zoek naar de velduil, maar ondanks uitgebreid speuren en langdurig wachten zagen we die niet. Jammer. Gelukkig kregen we andere schoonheden voor de lens. Want zo gaat dat in de natuur: wees altijd bedacht op het onverwachte!





Blijft leuk natuurlijk: een boom met zeven Ransuilen. Deze liet zich nog het best bekijken.





Kijk nou, een onverwachte verrassing: een Geelpootmeeuw, Zie je niet zo vaak, want hij hoort thuis langs vooral de Frans en Spaanse kusten. En nu zomaar in de buitenhaven van Stellendam.
Ik had dit nog maar net geschreven en gepubliceerd toen een vriendelijke mede-vogelaar me erop wees dat het helemaal niet een geelpootmeeuw is, maar een Kleine Mantelmeeuw. Een domme vergissing van mij, want ze verschillen aanzienlijk in kleur. Ik had me even in de luren laten leggen door de eerste aanblik van die gele poten...





De Drieteenstrandloper. Altijd in een groep en ze doen maar drie dingen: slapen, eten en poetsen. Slapen doen ze met de ogen open; er mocht eens een slechtvalk langskomen...





Ze overwinteren o.a. langs onze kust, maar broeden doen ze in hoog-arctische streken. Als de golven iets te hoog op de dam slaan huppen ze op één poot een paar decimeter hogerop.





Hun winterjas van grijs, wit en wat zwart staat ze uitstekend. Erg leuke vogels en in het geheel niet schuw.





De Scholekster zie je in de winter vooral langs de kust. Over twee maanden bevolken ze weer onze polders en parken. Én platte daken, tegenwoordig een geliefde broedplek.





Altijd aanwezig langs de kust, althans in de winter: de Steenloper. Tamme beestjes die straks weer vertrekken naar hun broedgebieden in Scandinavië.





In de polders langs de kust zijn soms grote groepen Rotganzen te vinden. Een vrij kleine, compacte gans met een zwarte kop. Vertrekt straks ook weer naar het hoge noorden.


zondag 4 februari 2024

Even iets moois nr. 540 - Van plas tot gras

Ik had weinig zin of aanleiding om ver weg te gaan, dus zocht ik in de omgeving wat leuke vogels. Als je openstaat voor het onverwachte, dan raak je niet gauw teleurgesteld.





In de Loosdrechtse Plassen, hier vlakbij, zitten 's winters nogal wat Brilduikers. Een leuke eendensoort die straks al vroeg vertrekt naar zijn broedgebied in Arctische streken. Schuw.





Zijn naam in het Engels is Goldeneye en dat is toch zeer toepasselijk.





Ik verdaag in een grote groep kleine vogeltjes, bij nadere beschouwing bestaande uit Putter, sijs en barmsijs. Geen van alle wil poseren, maar dit Puttertje vang ik dan toch nog.





Nou kijk zeg, een kwartiertje verderop foerageren twee Koereigertjes. Met een beetje geluk zie je ze op een koe of schaap staan en met bijna evenveel geluk zie je ze een landje afstruinen.





Klein zijn ze, ongeveer de helft van onze blauwe reiger. Maar zoals je hier ziet zijn ze ook best een beetje trots op zichzelf. Misschien zie je voor op de kop een klein stukje vaag oranje. In voorjaar en begin zomer breidt dat zich uit tot een duidelijk oranje kruin.





Ze zijn erg actief en staan geen moment stil. Als ik aan kom en de auto stop vliegen ze wat naar achteren, maar met een half uurtje rommelen ze vlak langs me heen zonder acht te slaan op mijn aanwezigheid. Broeden doen ze in zuid-Frankrijk, maar hun leefgebied strekt zich langzaamaan steeds verder naar het noorden uit. Desondanks staan ze hier nog steeds te boek als zeldzaam.





In Groenekan, weer luttele kilometers verderop, ga ik op zoek naar de middelste bonte specht, en die vind ik niet. Wel de kleine, puur bij toeval, en zonder kans op een plaatje. Maar gewoon een bosfoto is ook al hartstikke mooi.