Posts tonen met het label dagpauwoog. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dagpauwoog. Alle posts tonen

maandag 20 april 2026

Even iets moois nr. 618 - Purperreiger en Oranjetipje en meer

Afgelopen vrijdag sloot ik me met Gerard op in een hut in een polder in de Alblasserwaard. Idee was niets te verwachten dus dan kan het alleen maar meevallen. En dat viel het.





Zonder enige aankondiging verscheen er ineens een Purperreiger ten tonele. Speurend naar prooi liep hij een kade af en gaf ons ruimschoots de tijd om de meest aansprekende foto's te maken.





Zijn hele kop heeft ongeveer de vorm van een bajonet. Ik zou niet graag de kikker zijn die hem voor de voeten loopt.





Sinds een week of twee is hij terug van zijn overwinteringsgebied in Afrika. Hij broedt bij voorkeur in een kolonie, ergens tussen hoog riet. Eten zoekt hij in natte weilanden en langs slootkanten.
Nu ik weer de foto's zie bekruipt me een gevoel van ontzag en een besef van bijzondere schoonheid. Ik was licht ontdaan van deze ontmoeting.





Spreeuw natuurlijk. Mooi in zijn glimmende verenpak met een olieachtige glans op sommige plekken. Ongeveer als het colbert van die oudere collega op mijn werk...





Heb je het over weidevogels, dan denk je gelijk aan de Tureluur. Tenminste, ik. Eveneens sinds een paar weken terug, of misschien heeft hij overwintert aan de kust. Nu in ieder geval weer luidruchtig aanwezig in de weilanden.





Terzijde van de hut staat op een paal een torenvalkenkast. Zojuist heeft het mannetje het vrouwtje afgelost bij het broeden, zodat ze even haar nageltjes kan doen en haar vleugels strekken.





Overal te horen en te zien: de Witte Kwikstaart.





Ook een weidevogel, zij het minder bekend: de Witgat. Nou ja, weidevogel. Broeden doen ze veel oostelijker, maar wie in het voor- of najaar door de polder loopt heeft een gerede kans er eentje te horen of te zien. Met een jolig tluul-ET-wiet-wiet landt hij ineens voor de hut.





Twee Canadese Ganzen op oorlogspad. Op een belendend perceel is een ander koppel neergestreken en dat moet beslist verjaagd worden. Niets menselijks is ze vreemd...





Als we anderhalf uur niets belangwekkends hebben we gezien verlaten we de hut en gaan op vlinderjacht in het Alblasserbos. Een absolute aanrader. Hier zien we de Gehakkelde Aurelia. Genoemd naar zijn 'gehakkelde' vleugelranden.





Bijna oogverblindend, de Dagpauwoog. Zeer veel voorkomend en overal wel te vinden.





Maar goed, eigenlijk ging het om deze: het Oranjetipje. Hier het vrouwtje dat weliswaar de oranje tipjes mist maar aan de onderkant nog steeds aantrekkelijk gevlekt is.





Ook het mannetje liet zich uitgebreid fotograferen. Ze vliegen maar een paar weken, dus er moet voortvarend een partner worden gezocht, gepaard, eitjes gelegd en dan is het alweer over. Dus ook de fotograaf moet in die paar weken zijn plaatje zien te schieten. Dat lukte dit keer wonderwel.





In de heemtuin treffen we deze Muurhagedis. Eigenlijk een illegale vreemdeling, want ze komen van nature alleen voor in Zuid-Limburg. Deze moet dus uitgezet zijn, maar is desondanks het aanzien meer dan waard.





Mooi hè. Dit is een Landkaartje. Die vliegen in twee generaties. In het voorjaar zijn ze oranje met zwart; de zomergeneratie is zwart met lichte vlekken. Allebei mooi.

zondag 6 juli 2025

Even iets moois nr. 587 - Vlinders en libellen 2

De tweede aflevering met een deel van de oogst van ons weekend vlinderen in drie landen. En als ik me niet vergis had ik in deel 1 het verkeerde formaat van de foto's geplaatst. Maar misschien viel dat niet op. In ieder geval: hier een vervolg in de gebruikelijke kwaliteit.





Een van de allermooiste vlindertjes van deze reis: het Spiegeldikkopje. Het ontroerde me dit beestje in levenden lijve te ontmoeten. Zeldzaam en bedreigd in zijn voorbestaan; slechts nog op enkele plekken in ons land te vinden en dan nog in lage aantallen.





Hij staat dan ook op de rode lijst en wordt bijv. in België als uitgestorven beschouwd. Komt verder in grote delen van Europa tot Azië voor, maar altijd in zeer kleine populaties. Mooi hè...





Zie dit dan: een Staartblauwtje. Ook een zeldzaamheid, maar zijn aanwezigheid breidt heel langzaam uit.





U zag het al natuurlijk: het Geelsprietdikkopje. Te herkennen aan de gele of lichte onderkant van de sprieten. Ontbreekt vrijwel geheel in gebieden met kleigrond en lijkt zich terug te trekken in een strook in het oosten van ons land en in Zuid-Limburg. Aldaar gezien.





Zit het schone niet in het gewone? Hier de Dagpauwoog, maar de combinatie met dat blad maakt het toch een leuk plaatje. Vind ik.





Amaai, ik wist even niet wat ik meemaakte. In Zuid-Limburg, langs de Geul, worden twee kleine weerschijnvlinders gespot. En ineens is het Geuldal gevuld met een horde verkijkende vlinderaars, die kijkers en telelens richten op twee onduidelijke fladderaars boven de boomtoppen. Ik hoorde dat dit voor sommige kijkers een hoogtepunt uit hun leven was en dat liet mij achter met grote vraagtekens.





Ze blijven toch akelig mooi, die Weidebeekjuffers. En ja, ook het mannetje (zoals deze) moet het doen met de naam juffer.





De Gehakkelde Aurelia. Tot voor een aantal jaren moest ik toch minstens naar de Ardennen om deze te zien. Nu zitten er soms twee of drie in eigen tuin.





Zagen we hierboven de weidebeekjuffer, dit is de Bosbeekjuffer. Makkelijk te herkennen aan de geheel zwarte vleugel. Deze is ook aanzienlijk schaarser en staat op de rode lijst. Hij is afhankelijk van natuurlijke, schone, langzaam stromende beken en kennelijk voldoet de Geul aan die eisen.





Ook weer zo'n mooie uit de omvangrijke familie van de blauwtjes: het Klaverblauwtje. Wordt in Nederland als verdwenen beschouwd; ik trof hem in de Eifel.





De Snorzweefvlieg. Leuke beesten, die zweefvliegen. Ik laat ze graag op mijn arm of hand zitten zodat ze mineralen kunnen bijtanken.





Ook weer een leukerd: het Tweekleurig Hooibeestje. Ook verdwenen vanuit Nederland, maar in de Eifel, op droge tot matig vochtige graslanden, nog wel te vinden.





Ook weer in de Eifel, een landje met veel Muggenorchis. Een orchideeënsoort die houdt van kalkrijke graslanden en veel zon. Overigens in Nederland ook goed te vinden. Pas thuis zie ik dat ik per ongeluk een insect scherp op de foto er gratig bij kreeg.





Dambordje. Een Duitser loopt langs waar wij deze soort staan te fotograferen. Ah, zegt hij, Schachbrett. Schaakbord? En wij leggen hem uit dat het voor ons toch echt een dambord heet. Maar als ik hem dat  duidelijk wil maken kom ik niet op het Duitse woord voor dammen en ik mompel iets over weisse und schwarze Scheiben. Das vergesse ich sofort, zegt de man terwijl hij me wantrouwend opneemt en verder loopt. Ich auch, piep ik nog.

zondag 23 maart 2025

Even iets moois nr. 577 - Dagje Dordtse Biesbosch

Afgelopen vrijdag naar de Dordtse Biesbosch in de hoop op een mooie plaatje van de blauwborst. Die bleef helaas te ver weg, maar verder alleraardigste foto's gemaakt van wat zich wel wilde vertonen.






Het gaat goed met de Roodborsttapuit. Je vindt overal met een beetje ruimte en wat struweel.






Een drietal Canadese ganzen vliegt over. Hun trompetterende roep vult de lucht.






Hoe gewoon ook, een Rietgors op zo'n rietpluis is altijd fotogeniek...






... zeker als ze samen zijn.






Een beetje zon en zie: de eerste vlinders laten zich zien in al hun verse kleurenpracht. Hier de Dagpauwoog.






Ondertussen landt op de Polderbaan een vlucht uit Polen.






Beetje raar dat deze Krakeend zomaar blijft staan. Niet helemaal des krakeends.






Had ik vorige week al een keer de zeldzame bosreiger voor de lens, deze keer ontwaar ik de even zeldzame Rietreiger. 






In de achtergrond een paartje krakeend, maar het gaat natuurlijk om de Slobeend op de voorgrond. Allebei prachtig getekend en beide met een snavel van uitzonderlijke omvang.






Wintertaling, man. Herkenbaar aan dat groene schijfje op zijn kop, maar bij donker weer valt vooral dat roomwitte stukje bij zijn staart op.






Onze kleinste eend. Kan verticaal opstijgen en is een snelle en behendige vlieger.





En op zaterdag moest ik toch even de nabij gelegen polder inspecteren, en jawel: de Grutto's zijn er weer!





Tot mijn verrassing tref ik daar ook mijn eerste (van dit jaar) Zomertaling aan. Prachtige eend met een heel karakteristiek geluid.





Over prachtig gesproken: de Geoorde Fuut staat heel hoog op mijn lijstje van mooiste watervogels. Hij is een van de vier inheemse soorten fuut, vrij klein en onopvallend, behalve wanneer hij zijn zomerjas aan heeft en een beetje dichtbij wil komen. Verscholen achter een randje riet, dat dan weer wel. Gelukkig zijn het felrode oog en het gouden oorpluimpje goed te zien.


maandag 13 september 2021

Even iets moois nr. 445 - Vlinders, juffers en libellen

In dit jaargetij zijn vlinders, juffers en libellen een voor de hand liggend onderwerp. Ook de vakantie, met het verblijf in andere streken van het land, was een stimulans om de macrolens aan het werk te zetten. Het leverde weer bijzondere foto's op.





We beginnen maar met het Bruin Blauwtje. Een kleine vlinder, erg bruin op de bovenkant van zijn vleugels, van onderen fraai gestipt.





Libellen, ik raakte er enigszins door gefascineerd. Dat leidde er niet toe dat ik er ook enig verstand van kreeg, want van elke soort moest ik opzoeken welke naam ik erop kon plakken. Zodoende kan ik vertellen dat dit de Steenrode Heidelibel is.





Hier zien we het Icarusblauwtje, waarschijnlijk de meest voorkomende soort blauwtje.





Hier zien we de Puntbijvlieg. Het beestje viel me op doordat er eentje een bloem afgraasde, terwijl de ander op enkele centimeters daarboven bleef helikopteren. Een soort hofmakerij wellicht?





Terwijl de zon zakte viel het me op - we stonden op de camping - dat in het groenstrookje voor de caravan een aantal vlinders en libellen een slaapplekje zocht. Heel voorzichtig liep ik ernaar toe en zodoende hier een plaatje van een slapend Klein Geaderd Witje.





Op de camping wordt het leven gevierd. Hier, op de scheerlijn van de luifel, een paartje Houtpantserjuffer 'in copula.' Ik hoefde mijn luie stoel niet eens uit voor deze foto.





Ja, die libellen. Dit is een Paardenbijter. Grote libellen jagen vaak tot boven de bomen en gaan slechts zelden zitten op een plek die jou schikt. Daarom best blij met dit plaatje.





Heidelibellen zijn er veel; ook veel namen met 'rood' er in (bloedrood, steenrood etc.) Dit is dan weer de Bruinrode Heidelibel.





De Kleine Vos. Ik heb de indruk dat ik die vroeger meer zag dan tegenwoordig. Zeker wanneer ze vers zijn is het een sieraad van een vlinder!





Zeer algemeen, de Dagpauwoog. De ogen zijn wonderbaarlijk fraai 'geschilderd,' zo lijkt het.





De Kleine Vuurvlinder. Zo klein dat de meeste mensen hem niet zo snel ontdekken. Zit ook niet zomaar in tuinen, maar meer in het wilde struweel.





En als afsluiter nogmaals de Kleine Vuurvlinder, bezig de volgende generatie veilig te stellen.