Afgelopen vrijdag vond ik mezelf alweer terug in de OVP. Niet zo ver voor mij, altijd wel wat te zien, en je kunt er ook nog kilometers wandelen. Om het mezelf niet al te makkelijk te maken stelde ik een uitdaging: graag een foto van een matkop en eentje van een vuurgoudhaan. Die laatste hoorde of zag ik niet en de matkop hoorde ik alleen even heel kort zonder er een glimp van op te vangen. Desondanks zult u zien dat ik er toch erg van genoten heb.
Nou zeg, zie ik niet elke week. Ik ben gefocust op vogelgerommel en zie ineens in mijn ooghoek een regelmatige rimpeling in het plasje. Een Ringslang, een uitstekend zwemmer, steekt de plas over en net op tijd heb ik de camera gericht en afgedrukt. Goed zichtbaar is de ring achter de kop. Kennelijk door het warme weer ontwaakt uit de winterslaap. Wel errug lang, dus waarschijnlijk een vrouwtje.
Ook al vroeg: een Pad op pad. En zo wordt mijn bezoek aan de OVP zomaar getekend door amfibieën en reptielen.
Elke keer als ik er ben maak ik ongeveer hetzelfde plaatje. Komt omdat ik het zo'n aardig, sterk beeld vind met al die dooie takken.
Een Winterkoning zingt het hoogste lied. Met een man of zes staan we ernaar te luisteren, en dat lijkt hem alleen maar aan te moedigen...
Langs de Oostvaardersdijk valt mijn oog op een blauwe vlek in het riet. Nadere inspectie leert dat het toch echt een IJsvogel is die af en toe naar een visje duikt.
Best wel een beetje ver, maar door zijn vorm en kleuren natuurlijk onmiskenbaar. Zwarte ondersnavel, dus een man.
Een Tafeleend, vanuit de hut aan de Lepelaarplas.
Ook leuk: twee Dodaarzen. Nog in saaie winterjas maar wel in lentestemming.
Ja, wat zal men zeggen: love is in the air, zoveel is wel duidelijk.
Een Kuifeend man. Erg mooi met die kuif en dat gele oog.
Een koppeltje Slobeend. Hun snavel lijkt in geen verhouding met hun lijf en dat maakt ze bijzonder fotogeniek.
Een paartje Grote Zaagbek. Wintergasten die binnenkort wel zullen terugkeren naar hun broedgebieden in Scandinavië en Siberië.