De eerste blog van dit jaar. Afgelopen vrijdag zat ik met Gerard in een vogelhut op de Veluwe en daar kreeg ik een lawine aan vogels voor de lens. Vooral de gebruikelijke soorten maar bijzonder leuk om weer eens mee te maken. Ik kwam thuis met volle kaartjes en lege batterijen en zo hoort het natuurlijk ook. Ik knip het maar in tweeën; we beginnen met de mezen.
Deze komt nog uit het dorp: een Staartmees. Niet een gewone, maar een Witkoppige. De tweede keer in mijn nog prille leven dat ik er eentje zie. Zomaar tussen de gewone staartmezen.
Pimpelmees. Levendige, vrolijke beestjes, mooi van kleur ook. Ik blijf er toch steeds de telelens op richten.
Er lag nog een dun laagje ijs op het water, sterk genoeg om een meesje te kunnen dragen.
Fraai toch, die blauwe staart.
Koolmezen, die waren er ook.
Er waren er veel, dus het wordt dan de kunst om een net iets leuker plaatje te maken, zoals van twee tegelijk...
... of eentje die zijn spiegelbeeld wel interessant vindt.
En dan komen we bij mijn favoriet: de Zwarte Mees. Minder kleurrijk dan pimpel of kool, maar ik vind ze meer dan schattig.
De rug is blauwgrijs, de borst vuil wit. Razendsnel zijn ze en het duurde tot diep in de ochtend voor ik er een ordentelijke foto van kreeg.
Het zijn echte bosvogeltjes die je niet gauw bij de pinda's in je tuin zult zien.
En dan komen we nu bij de probleemgevallen: dit is een Glanskop, maar die is in vrijwel niets te onderscheiden van de matkop.
Op geluid wisten we dat beide soorten rond de hut zaten. De verschillen moet je zoeken in de dikkere nek van de matkop en zijn grotere keelvlek. Maar dat laatste is ook weleens precies andersom. Kom er maar uit...
Mogelijk is dit dan een Matkop.
En dit is dan weer een Glanskop. De Glanskop is een echte bosbewoner, de matkop houdt meer van iets opener landschap. Waar de hut staat lopen beide landschapstypen in elkaar over.
Qua mezen kwam nog heel even een kuifmees voor de hut, maar toen was ik net mijn accu aan het verwisselen. Jammer.