Posts tonen met het label oeverpieper. Alle posts tonen
Posts tonen met het label oeverpieper. Alle posts tonen

dinsdag 25 november 2025

Even iets moois nr. 600 - de Zuidpier

Zoals u weet kom ik 's winters graag op de Zuidpier in IJmuiden, de monding van het Noordzeekanaal. Altijd wat te zien, al gaat het dan hoofdzakelijk om de vogels die ik er al eerder zag en de volgende keer weer tegenkom. Maar altijd is er de mogelijkheid van een verrassing, of de kans een oude bekende op een andere manier vast te leggen. Ik bedoel eigenlijk: ik kom er graag...





Het is de dag na de storm en er is nogal wat aangespoeld op het strand. Er liggen miljoenen meshelften maar ook deze Grote Tepelhoorn.





Zo ook deze Zeeappel. Het lijkt wel een sieradendoosje of zo. Mooi hè...





Natuurlijk zijn de Drieteenstrandlopers er. In grote groepen foerageren ze langs de waterlijn en hollen ze met de golven mee. Of ze knappen even een uiltje.





Tussen de poetsende Drieteentjes staat deze grote jongen. Je denkt aan een grutto en dat is het niet helemaal. Het is een Rosse Grutto, de arctische tegenhanger van onze grutto. Is hier in de zomer niet te vinden en dus een overwinteraar of doortrekker. 





Compacter en zwaarder gebouwd dan de onze, met een licht opwippende snavel, maar met de kop in de veren zie je dat allemaal niet. U moet me maar geloven. En slapen met de ogen open, want ja er mocht eens een slechtvalk, havik of zeearend opduiken...





Het fotograferen 'op ooghoogte' is inspannend en tamelijk vies. Komt nog bij dat je eigenlijk niet moet bewegen, dus voorzichtig op één knie besluip ik de vogels. Gelukkig ben ik nog jong. Foto door Gerard Roest.





Dit is iemand met dezelfde hobby en dezelfde aanpak.





Twee Kuifaalscholvers. Ze zijn zeldzaam en dat ik er dan ineens drie aantref is best bijzonder.






We zien hier de laatste momenten van een zandspiering of misschien een botervisje...





Beetje saaie foto, maar het is wel een Parelduiker! Had ik niet vaak voor de lens maar 's winters houden ze zich langs onze kusten op; meestal wat verder op zee.





Ook grappig: een Kanoet lijkt op deze foto best veel op een drieteenstrandloper, maar is pakweg drie keer zo groot. En waar een drieteen altijd in een groep is te vinden, daar is de Kanoet meestal alleen. Hoewel, op de Wadden zijn er soms grote groepen te vinden van wel duizenden exemplaren.





In de schaduw ziet zo'n Kanoet er nogal grijzig uit.





Een groep Drieteenstrandlopers vliegt een paar rondjes en er sluiten steeds meer kleine groepjes aan. Een fotogeniek gezicht, vooral wanneer ze zwenken en hun bovenkant laten zien.





Het kan natuurlijk zijn dat ze mij even komen begroeten. We zien elkaar tenslotte elk jaar wel een keer.





Jammer dat ie wat ver weg blijft. Een Dwergmeeuw zie ik niet eens zo vaak. Mooie tekening op de vleugels.





Een vaste figurant in deze rubrieken: de Steenloper. Hij doet hier zijn naam helemaal eer aan.





Een Zeekoet wuift even terug.





Altijd een leukerdje: de Bontbekplevier. Blijft graag wat op afstand.





Kraaien en Kauwen vinden op het strand altijd wel wat van hun gading.





Een Zeester die ook de storm niet heeft overleefd.





Valt nauwelijks op, de Oeverpieper. Ook een vaste wintergast, met meestal iets van 10 tot 15 exemplaren. Denk ik, want ze laten zich moeilijk zien.





En eer ik weer thuis was rees de supermaan al boven de einder. Het was een mooie, volle dag.


maandag 29 september 2025

Even iets moois nr. 593 - de zuidpier van IJmuiden

Nou had ik zin om me weer eens helemaal uit te leven op de vogels. Dat ik ze allemaal meer dan goed ken en al meermalen op de foto had, maakte even niet uit. En waar kom je dan volledig aan je trekken? De zuidpier natuurlijk. Dus hier een blog met allemaal oude bekenden, maar ik had een meer dan plezierige ochtend.





Een leuk tableau meeuwen, maar het ging mij natuurlijk om die donkere. Altijd lastig, juveniele meeuwen, maar na lang studeren denk ik dat we hier te maken met een Kleine Mantelmeeuw.





Oostenwind, dat betekent dat kwallen aanspoelen. Sommige leven nog. Dit is een Zeepaddenstoel.





Eenzaam op het strand: een Bontbekplevier, nog een jonkie.





Moest ik toch ook weer even naar zoeken in het grote vogelboek. Het zijn twee Bonte Strandlopers. Zie het verschil in grootte ten opzichte van die meeuw.





Ook nog een jong, in dit geval van de Aalscholver. Die heeft altijd een beetje een jolige uitstraling.





Scholeksters zien we 's zomers in de polder, maar als het broeden gedaan is begeven ze zich graag naar de kust. Een zoute hap is kennelijk ook niet te versmaden.





Dat was wel even spannend. Een Aalscholver had een smakelijke platvis verschalkt en hij kreeg binnen 2 seconden een aantal meeuwen om zich heen die dat probeerden af te pakken. Het lukte uiteindelijk niet; de meeuwen leken ontzien van zijn intimiderende snavel.





Natuurlijk, de Steenloper. Makkelijke vogel; niet schuw en redelijk actief; vaste wintergast. Die lichtbruine en witte veren zijn nog van zijn zomerjas. Met een paar weken wordt dat allemaal vrijwel egaal grijs.





Van anderen hoorde ik dat hij pas deze week was gearriveerd: de Oeverpieper. Zeer onrustig en vrij schuw, en daarom temeer de sport om er een plaatje van te krijgen. Dat lukte.





Zo rustig en onopvallend dat het altijd een beetje zoeken is: de Paarse Strandloper valt qua kleur vrijwel weg tegen de blokken van het talud. Introvert beestje, tam ook, ik mag 'm wel.





De Drieteenstrandloper is sociaal, hyperactief maar niet schuw. Je ziet er ook nooit maar eentje. Die met de donkerder tekening is ook weer een jonkie.





Ze verdelen hun tijd zeer efficiënt. Fanatiek scharrelen ze hun kostje bij elkaar, om dan snel het verenpak te fatsoeneren en dan heel even te slapen. Altijd met één oog open, want er mocht eens een sperwer of slechtvalk rondhangen...





Ook apart en hier nog nooit gezien: er ligt een Gewone Zeehond op het talud. Ziet er verder wel gezond uit, maar voor de zekerheid toch even gemeld bij mensen die er verstand van hebben.





Mooi zeg. Ik had hem al even in de gaten. Er naartoe lopen werkte niet dus ik ben op mijn knieën gaan zitten en heb afgewacht of hij mijn kant een beetje op wilde komen. Dat lukte. Het is de Zilverplevier en het verschil in grootte met de bontbekplevier is opvallend.

zondag 17 november 2024

Even iets moois nr. 564 - Zuidpier IJmuiden

Minstens eenmaal per jaar bezoek ik de Zuidpier, deze keer gewapend met drone, tweedehands camera en derdehands telelens. Ik verwacht niets bijzonders en sta zodoende open voor alles wat zich aandient. Dat blijkt een goede starthouding.





Kijk, da's nou toch echt een verrassing: een IJsvogel op de pier. Nooit eerder gezien daar en ik verkeerde in de veronderstelling dat de vogel alleen op schoon, zoet, stromend water in het binnenland vist. Maar kennelijk gaat een zoute haring er evenzogoed in...





Ook geen dagelijkse gast: een Zilverplevier. In zomerkleed angstig mooi, de winterjas is wat gewoner.





Vrij ver buitengaats houdt zich een groepje Eiders op. Die donkere zijn in eclipskleed, waarschijnlijk jongen van dit jaar die hun definitieve verenpak nog moeten krijgen.





Eveneens wat verder zoekt een Gewone Zeehond kalm zijn weg.





Een Zwarte Zee-eend zwemt dicht onder de pier. Waarschijnlijk een eerstejaar of een vrouwelijk exemplaar; verschil lastig te zien.





Gaat me hier niet zozeer om die Zilvermeeuw, maar meer om het plaatje als totaal. Met een fors schip dat zojuist de sluizen is gepasseerd en nu de monding van het Noordzeekanaal verlaat.





Hier sta ik toch even verbaasd naar te kijken. Niet zozeer om de vogel (een Oeverpieper, 's winters vaste bewoner van de pier) maar omdat hij zomaar doodstil zit, zich tussen de stenen drukt en angstig naar boven kijkt. Boezem ik zoveel schrik in? Werktuigelijk kijk ik ook omhoog en dan zie ik het ook: niet groter dan een stipje hangt er een roofvogel boven de pier. Zo hoog dat ik zelfs met de kijker niet kan onderscheiden of het een havik of een slechtvalk is. Maar de pieper had hem ontdekt en houdt zich dood. Bijzonder moment.



U kent hem wel als vaste gast in mijn blogs: de introverte Paarse Strandloper. Zonder drukte scharrelt hij zijn kostje bij elkaar, meestal in de buurt van 2 of 3 soortgenoten. En die druppel aan zijn neus hebben we gemeen: het is zuur koud op de pier...





Zonder drukte? Nee, dat past niet bij de Drieteenstrandloper. Eten, poetsen en slapen en zelfs dat laatste doen ze nog zachtjes heen en weer bewegend, met één oog open.





Altijd te vinden waar de golven aanspoelen en behendig wegspringend wanneer die te hoog blijkt.





Ik vermoed een eerste winter Zilvermeeuw, maar het gaat me om het zicht over de monding van het Noordzeekanaal naar het vuurtorentje op de Noordpier.





In de zomer een weidevogel, 's winters graag aan de kust: de Scholekster.





Wie krab wil eten moet over zwaar gereedschap beschikken. Nou, dat heeft deze Zilvermeeuw.


Extra
Ik weet niet zeker of ik het zelf fout deed, maar de drone vliegt zich zo ongeveer te pletter tegen het vuurtorentje. Hopelijk geen fatale schade. De beelden, maar niet van de crash: https://youtu.be/_zHINPHAHc4


zondag 3 maart 2024

Even iets moois nr. 543 - Barmsijs en Zuidpier

Veel gezien dit weekend en mooie verhalen daar omheen.





Als klein jochie van 8 of 9 bladerde ik nogal eens door mijn vogelboek. En bij de Barmsijs dacht ik dan: wat is dít een mooi vogeltje, die zal ik wel nooit van mijn leven zien... Nu ben ik 66 en laat ik nou zomaar ineens tussen 20 Barmsijzen staan. Ik kijk dan ook met een bijzonder gevoel naar mijn eigen foto's...





Veel gewoner is natuurlijk de Heggenmus. Op dit moment in elke tuin wel te horen met zijn rinkelende zang.





Er lijkt op dit moment een ware invasie gaande van Barmsijzen. In de duinen, in een park, in het bos, overal hoor en zie je de Barmsijs. Waar ik ze eerder in jaren niet zag of hoorde, daar zie ik nu overal hele groepen van 20 tot 80 exemplaren.





Nou ja, overal. Niet op de Zuidpier van IJmuiden. Het woei er veel harder dan ik verwachtte en er was bovendien niks bijzonders te zien. Daarom hier een van de usual suspects: de Steenloper.





Tussen al die barmsijzen zit één heel bijzondere: een Witstuitbarmsijs. Door de leek niet te onderscheiden van zijn meer gewone soortgenoot en door mij ook bijna niet. Desondanks denk ik dat dit die ene is.





Altijd trouw op de Zuidpier aanwezig in de winter: de Paarse Strandloper. En wat is er nog mooier dan één Paarse? Twee natuurlijk!





In het voorjaar krijgt de Barmsijs een prachtige felroze borst. Dit is de Grote Barmsijs, met enig oefenen te onderscheiden van de kleine en van de witstuit.





Deze keer trof ik ze niet op het naastgelegen strand, maar op de blokken van de Zuidpier: de Drieteenstrandloper. Ze klitten dan in een groep bij elkaar, in dit geval zo'n 50 exemplaren.





Eveneens een vaste wintergast op de Zuidpier: de Oeverpieper. Vaak lastig te fotograferen en dat deze dan zomaar een poosje blijft zitten is uitzonderlijk.





Barmsijzen zijn afkomstig van Scandinavië en Siberië en dergelijke arctische streken. Ze zullen, zeker bij deze temperaturen, wel snel weer vertrokken zijn. Jammer toch.