dinsdag 31 maart 2026

Even iets moois nr. 616 - Weidevogels

Het voorjaar dient zich voorzichtigjes aan. En langzaamaan vullen de polders zich weer met onze eigen broedvogels, terwijl de wintergasten zich klaarmaken voor vertrek. Zonder enige haast, dat dan weer wel.





Een vervreemdend gezicht, wanneer je zomaar in een groep grazende Brandganzen fotografeert.





Toch best wel mooi: de Holenduif. Iets kleiner dan de bekendere houtduif. Foerageert graag op het land en broedt in een boomholte.





Voor de tweede keer dit jaar tref ik een Roodhalsgans. Die hoort te overwinteren in de Donau-delta, dus ergens in de contreien van Roemenië en Bulgarije. Maar een enkeling sluit zich aan bij andere ganzen die westwaarts trekken en dan ineens heb je er eentje bij ons in de polder. Zeldzaam dus.





Alweer overtal te horen: de Tureluur. De eerste exemplaren nemen alweer hun plek in de polder in.





Een Grote Zilverreiger stapt statig over het veld. Die fladderveren achteraan heeft hij alleen in het voorjaar. Extra aantrekkelijk voor een potentiële partner.





Een Scholekster, ook weer teruggekeerd. 's Winters houden ze zich graag aan onze kusten op.





En datzelfde geldt voor onze Kievit. In behoorlijke groepen fleuren ze alweer onze polder op met hun enthousiaste iewit en acrobatische vlucht.





Ineens hoor ik vanuit het weiland de klagende roep van een Zwartkopmeeuw. Met enig speuren ontdek ik er drie tussen de kokmeeuwen. Leuk dat je hier zowel de kokmeeuw (links) als de Zwartkopmeeuw ziet. Het verschil is onmiskenbaar, dunkt me.





Ja, daar kwam ik eigenlijk voor: zijn de Grutto's gearriveerd? Jahoor, grotendeels nog in de plasdras gebiedjes aan de rand van de polder, maar een enkeling zoekt al zijn plekje voor het broedseizoen.





Deze moet nog wat bijkleuren, maar dat komt vast goed.





Oei, ernstig foute boel. Een eenzame Brandgans probeert waggelend en stuiptrekkend nog wat te eten, maar het is duidelijk dat hij getroffen is door de vogelgriep. Ik kijk er met ontzetting naar en hoop dat een lang lijden hem bespaard blijft...

zondag 22 maart 2026

Even iets moois nr. 615 - weinig bijzonders

De afgelopen vrijdag bezocht ik de Oostvaardersplassen, de Eempolder en de buitenplaatsen in 's Graveland. Ik zag en hoorde veel, heel veel, maar kreeg betrekkelijk weinig voor de lens.





Ik kom nog uit de tijd dat Ooievaars bijna waren uitgestorven in ons land, en dat ze moesten worden geholpen in ooievaarsdorpen en -stations. Dat is nu anders. Alleen hier in het dorp zijn er al drie of vier nesten en er wordt jaarlijks met redelijk succes gebroed. Mede omdat ze hier ook in de winter opgroeiden gaat een flink deel helemaal niet meer overwinteren in Afrika. De opwarming van onze planeet zal daar mede debet aan zijn.





Een Boomklever plakt aan een boom zoals zijn naam al suggereert. Lawaaiige vogels in dit jaargetij en in elk plantsoen wel te horen en te zien.





De Tjiftjaf is nu werkelijk overal te horen. Ook die gaan niet allemaal meer naar het zuiden in de winter.





Op een brugleuning tref ik een Witte Kwikstaart, druk bezig kleine insectjes uit kieren en spleten te peuren. Bijna zonder te bewegen probeer ik het beestje te benaderen en tot mijn verrassing mag ik tot op een meter of vier komen. Dan is het niet moeilijk een aardig portretje te schieten.





Winterkoning natuurlijk. Ook al zo'n druktemaker. Technisch is er wel wat te vertellen over deze foto. Ik gebruik voor de vogels altijd een vrij eenvoudige 100-400 op een MFT body van Olympus. Dat is dan 800mm kleinbeeld. Maar de camera heeft ook nog een digitale voorzetlens aan boord met een factor 2 en die had ik aan gezet. Ik maakte deze foto zodoende uit de hand op 1600mm full frame! Voor de volledigheid: ISO400; f/7.1; 1/400; EV +1.7; vrijwel geen nabewerking. Ik vind het wonderbaarlijk!





In de polder zijn nog grote groepen Brandganzen aanwezig. Ze hebben behoorlijk te lijden gehad van de vogelgriep, maar deze zagen er gezond, fit en wel doorvoed uit. Ik hoop dat ze gauw vertrekken naar hun broedgebieden in IJsland, Scandinavië en verder oostwaarts.





Rammelende Hazen, nu overal in de polder te zien. Een erg leuk gezicht altijd en het is de kunst om hun gevechten vast te leggen. Dat gaat er overigens behoorlijk heftig aan toe en dan vliegen de plukken haar in het rond.

zondag 15 maart 2026

Even iets moois nr. 614 - het voorjaar ontluikt

Zeker na die paar warme dagen zie je, ruik je en voel je dat het voorjaar onafwendbaar nadert. De natuur lijkt, zeker op een zwoele lentedag, te barsten van de energie. Ineens zijn er weer insecten, de eerste zomervogels stoppen niet meer met zingen en van de ene op de andere dag krijgen de bomen een groene waas. En dan is er nog de rivaliteit bij het vinden van de juiste partner. Dat levert soms spannende taferelen en spectaculaire beelden op.





Een paar zonnestralen waren genoeg: het wolkte van de bijtjes rond het insectenhotel dat we tegen de muur hebben hangen. De dichte bamboe buisjes worden opengemaakt, en de open weer dicht. Dit is de Gehoornde Metselbij; ze spreken hier af in welk hotelkamertje de eitjes moeten komen.





De Futen zijn druk met het uitzoeken van een partner voor dit jaar. Het is een periode van kritische blikken en intensieve gesprekken.





Lastig wordt het wanneer de belangstelling van meerdere mannen naar hetzelfde meisje uitgaat. Dan moet de verkering worden verdedigd en dat gaat gepaard met de nodige overtuigingskracht.





En als de rust is weergekeerd wordt de relatie verder uitgediept. Ik vind het altijd weer een ontroerend schouwspel.





De Bergeend is vrij groot en heel kleurig. Tijdens de balts maakt hij merkwaardige, kwetterende geluidjes.





De Wintertaling is juist weer een kleine eendensoort. Van zowel de man als de vrouw zie je hier de onderscheidende kenmerken. Ook hun geluid is onmiskenbaar: een behoorlijk vér dragend Priii Priii.





Een immer elegante verschijning, zelfs met opwaaiende rok: de Kluut. Desondanks een fanatieke vechtersbaas met soortgenoten in de buurt.


maandag 9 maart 2026

Even iets moois nr. 613 - 's Gravelandse buitenplaatsen

Afgelopen vrijdag begaf ik mij naar 's Graveland. Daar liggen buitenplaatsen als Boekesteyn, Bantam, Gooilust en die gaan dan weer over in het Spanderswoud. Mijn doel was de vijf spechtensoorten van ons land te horen, te zien en zo mogelijk op de foto te krijgen. Nee, niet de draaihals dus. Nog voor de lunch had ik alle soorten gehoord, de drie bonte gezien en mijn foto's waren allemaal mislukt. Even zien wat wel toonbaar is.





Nou zeg, zomaar een Goudvink die kort voor me op een tak gaat zitten. Nog wel het kleurrijke mannetje. Helemaal blij mee.





Heel erg gewoon en momenteel overtal wel te horen en te zien: de Roodborst.





Ik speur een grasveld af, op zoek naar de groene specht. Die zit er niet, maar wel twee Grote Lijsters. Verre plaatjes, want ze zijn razendschuw. Zelfs op 60 meter houden ze me nauwlettend in de gaten, klaar om weg te vliegen.





De spikkels op de borst van een Grote Lijster ogen wat rommeliger dan die van de zanglijster. Hun roep is een kenmerkend rrrrrrrrrrrrrrrrr en hun zang een melancholiek wijsje. Ongeveer als van de merel, maar dan alleen de eerste helft.





Waar ik ook loop in dat gebied, nergens ben ik zonder het geluid van Appelvinken. Lastige soort; houdt zich vrijwel uitsluitend in boomtoppen op. Ik kom dan ook niet verder dan een bewijsplaatje. Een vogel die in ieders top 5 mooiste vogels hoort. Vind ik.





Dat de lente zijn intrede heeft gedaan is goed te zien aan de krokussen.





Gelukkig kun je ook een macro-opname maken met de telelens, want die alleen heb ik bij me. Zodoende hier een krokus op 800mm. 

zondag 1 maart 2026

Even iets moois nr. 612 - Oostvaardersplassen (alweer)

Afgelopen vrijdag vond ik mezelf alweer terug in de OVP. Niet zo ver voor mij, altijd wel wat te zien, en je kunt er ook nog kilometers wandelen. Om het mezelf niet al te makkelijk te maken stelde ik een uitdaging: graag een foto van een matkop en eentje van een vuurgoudhaan. Die laatste hoorde of zag ik niet en de matkop hoorde ik alleen even heel kort zonder er een glimp van op te vangen. Desondanks zult u zien dat ik er toch erg van genoten heb.





Nou zeg, zie ik niet elke week. Ik ben gefocust op vogelgerommel en zie ineens in mijn ooghoek een regelmatige rimpeling in het plasje. Een Ringslang, een uitstekend zwemmer, steekt de plas over en net op tijd heb ik de camera gericht en afgedrukt. Goed zichtbaar is de ring achter de kop. Kennelijk door het warme weer ontwaakt uit de winterslaap. Wel errug lang, dus waarschijnlijk een vrouwtje.





Ook al vroeg: een Pad op pad. En zo wordt mijn bezoek aan de OVP zomaar getekend door amfibieën en reptielen.





Elke keer als ik er ben maak ik ongeveer hetzelfde plaatje. Komt omdat ik het zo'n aardig, sterk beeld vind met al die dooie takken.





Een Winterkoning zingt het hoogste lied. Met een man of zes staan we ernaar te luisteren, en dat lijkt hem alleen maar aan te moedigen...





Langs de Oostvaardersdijk valt mijn oog op een blauwe vlek in het riet. Nadere inspectie leert dat het toch echt een IJsvogel is die af en toe naar een visje duikt.





Best wel een beetje ver, maar door zijn vorm en kleuren natuurlijk onmiskenbaar. Zwarte ondersnavel, dus een man.





Een Tafeleend, vanuit de hut aan de Lepelaarplas.





Ook leuk: twee Dodaarzen. Nog in saaie winterjas maar wel in lentestemming.





Ja, wat zal men zeggen: love is in the air, zoveel is wel duidelijk.





Een Kuifeend man. Erg mooi met die kuif en dat gele oog.





Een koppeltje Slobeend. Hun snavel lijkt in geen verhouding met hun lijf en dat maakt ze bijzonder fotogeniek.





Een paartje Grote Zaagbek. Wintergasten die binnenkort wel zullen terugkeren naar hun broedgebieden in Scandinavië en Siberië.