Na ons bezoek aan de woestijn kregen we nog de gelegenheid om op weg naar huis een tussenstop te maken in een eenzaam stukje regenwoud. Dat werd een bijzondere ervaring. In de klamme warmte hoorden we van alles zingen, roepen, sissen en gillen, maar krijg het maar eens voor de lens. Het weelderige groen verborg een grote rijkdom aan leven - af en toe zeilde een rode ibis of zelfs een vliegende hond over - maar slechts enkele keren lukte het daar zicht op te krijgen.
Met veel gekraak en gefladder landt een Manenduif op een dikke tak. Zijn verenpak bestaat uit zeker wel 50 tinten groen, een perfecte schutkleur tussen het gebladerte.
Ook weer die perfecte schutkleur: de Groenvleugelduif.
Langs de zandige bedding van een rustige rivier zien we plots een Capibara met jong. In de inheemse taal van die streek betekent dat "heer van het gras." Dan weten we gelijk wat het hoofdbestanddeel is van zijn maaltijd.
Een Irena laat zich even zien. Een erg blauwe vogel die desondanks niet verwant is aan onze Pino.
Als deze wegvliegt weet je niet wat je ziet; de vogel heeft een fel oranje rug, hier grotendeels bedekt door de vleugels. Het is de Roodrugbuidelspreeuw en hij heeft het niet zo op fotografen.
Door hem heel voorzichtig te benaderen lukt het me om deze Malachietvlinder op de plaat te krijgen.
Pas van dichtbij zie ik dat de kop op een andere plek zit dan waar ik hem eerst dacht. Het is een Zebramalachietvlinder, ook weer zo'n bewoner van vochtige regenwouden.






