zondag 1 maart 2026

Even iets moois nr. 612 - Oostvaardersplassen (alweer)

Afgelopen vrijdag vond ik mezelf alweer terug in de OVP. Niet zo ver voor mij, altijd wel wat te zien, en je kunt er ook nog kilometers wandelen. Om het mezelf niet al te makkelijk te maken stelde ik een uitdaging: graag een foto van een matkop en eentje van een vuurgoudhaan. Die laatste hoorde of zag ik niet en de matkop hoorde ik alleen even heel kort zonder er een glimp van op te vangen. Desondanks zult u zien dat ik er toch erg van genoten heb.





Nou zeg, zie ik niet elke week. Ik ben gefocust op vogelgerommel en zie ineens in mijn ooghoek een regelmatige rimpeling in het plasje. Een Ringslang, een uitstekend zwemmer, steekt de plas over en net op tijd heb ik de camera gericht en afgedrukt. Goed zichtbaar is de ring achter de kop. Kennelijk door het warme weer ontwaakt uit de winterslaap. Wel errug lang, dus waarschijnlijk een vrouwtje.





Ook al vroeg: een Pad op pad. En zo wordt mijn bezoek aan de OVP zomaar getekend door amfibieën en reptielen.





Elke keer als ik er ben maak ik ongeveer hetzelfde plaatje. Komt omdat ik het zo'n aardig, sterk beeld vind met al die dooie takken.





Een Winterkoning zingt het hoogste lied. Met een man of zes staan we ernaar te luisteren, en dat lijkt hem alleen maar aan te moedigen...





Langs de Oostvaardersdijk valt mijn oog op een blauwe vlek in het riet. Nadere inspectie leert dat het toch echt een IJsvogel is die af en toe naar een visje duikt.





Best wel een beetje ver, maar door zijn vorm en kleuren natuurlijk onmiskenbaar. Zwarte ondersnavel, dus een man.





Een Tafeleend, vanuit de hut aan de Lepelaarplas.





Ook leuk: twee Dodaarzen. Nog in saaie winterjas maar wel in lentestemming.





Ja, wat zal men zeggen: love is in the air, zoveel is wel duidelijk.





Een Kuifeend man. Erg mooi met die kuif en dat gele oog.





Een koppeltje Slobeend. Hun snavel lijkt in geen verhouding met hun lijf en dat maakt ze bijzonder fotogeniek.





Een paartje Grote Zaagbek. Wintergasten die binnenkort wel zullen terugkeren naar hun broedgebieden in Scandinavië en Siberië.

zondag 22 februari 2026

Even iets moois nr. 611 - Noordkop

De vogelvrije vrijdag ging op aan een uitvaart en wat andere plichtplegingen, maar gelukkig had ik donderdag - na werktijd - nog even tijd gehad om door de streek te dwalen. Dat leverde meer moois op dan ik tevoren had bedacht.





Tussen Hippolytushoef en Stroe wordt een Roodhalsgans gemeld. Interessant, want zeldzaam. Als ik kom aanrijden zie ik hem direct, maar ik moet nog een meter of tien verder om hem netjes voor de lens te krijgen. En dan ben ik 'm kwijt! Ik sta drie kwartier met de verrekijker in de groep van misschien wel 1.000 rotganzen te turen voor ik hem eindelijk terugvind!





De Roodhalsgans is bewoner van arctische toendra's in Siberië, en overwintert meest in de Donaudelta in Roemenië en Bulgarije. Maar af en toe vliegt er eentje mee met andere trekkende ganzensoorten en komt dan tot in West-Europa terecht. Soms zijn er ook ontsnapte volièrevogels te zien, maar deze draagt geen ring. Een echte dus.





Op Wieringen houdt zich een groep Wilde Zwanen op. 's Zomers bewoner van Scandinavië en andere arctische streken, 's winters profiteren ze graag van ons milde klimaat. Het onderscheid met onze inheemse knobbelzwaan (oranjerode snavel, zwarte knobbel) is wel duidelijk.





Ze wroeten in de grond op zoek naar restanten van... eh, van wat eigenlijk? Landbouwgewassen, neem ik aan. Te laat zie ik dat de groep wordt omgeven door een aantal toendrarietganzen. Die had ik ook graag beter voor de lens gehad.





Omdat ik toch in de buurt ben rij ik langs het dorp Middenmeer. Daar staat een boom waar in de winter tot wel een stuk of 15 Ransuilen bij elkaar roesten. Maar er wordt in die straat flink getimmerd en ik zie maar twee uilen. Eentje is bereikbaar voor m'n telelensje.

zondag 15 februari 2026

Even iets moois nr. 610 - Eempolder met zijn Velduilen

Ik voelde me helemaal niet lekker, maar toch afgelopen vrijdag maar eens wezen kijken in Eemdijk. Daar overwintert een groep Velduilen van zo'n 20 exemplaren met elkaar in een boom naast een huis. Verder houden ze zich ook op in het omliggende polderlandschap.





Velduil dus. Hier zit er eentje lekker in de beschutting van het riet. Het was akelig koud en er stond een snijdende wind. Voor de techneuten: foto gemaakt met de onboard digitale voorzetlens...





Even goed kijken, dan tel je zo vier Velduilen. Wat meer verstopt zaten er nog wat. Een heel bijzonder gezicht. Veel activiteit was er niet en omdat de kou in mijn botten begon te kruipen heb ik niet de moeite genomen een uurtje te wachten.





Iets verderop in de straat zat een Steenuil in een boom. Leuk ook die weer eens tegen te komen.





Nog even de polders aan de overkant van de Eem gecheckt. Hier een groep grazende Smienten. U moet ze kennen, want je hoort ze vaak 's nachts al 'fluitend' overvliegen.





Errug ver, maar ik zag nog één Goudplevier. Wintergasten die zich graag mengen met onze kieviten, en dan soms in behoorlijke aantallen.





Een mevrouw Torenvalk, misschien wel dezelfde als die ik vorige week liet zien.





Kikkers vangen lukt lastig in de winter, maar een vette worm gaat er altijd wel in. Een Ooievaar gooit altijd even zijn prooi op om hem dan in de juiste richting naar binnen te laten glijden. Om dit vast te leggen moet je een akelig snelle sluitertijd hanteren. Om daar te komen nam ik deze foto met ISO5000 en het is wonderbaarlijk hoe een moderne camera de ruis binnen de perken weet te houden. De sluitertijd kwam zo op 1/2500, bijna genoeg.





Een tweede Ooievaar had kennelijk net in de bagger lopen peuren. 





Een Zwarte Zwaan. Ik zie ze niet eens elk jaar. Het zijn natuurlijk verwilderde tamme vogels. Vooral met jongen angstig mooi, maar dat weet ik alleen van foto's.


maandag 9 februari 2026

Even iets moois nr.609 - Oostvaardersplassen vooral

Voor de tweede achtereenvolgende vrijdag begaf ik mij naar de Oostvaardersplassen met geen bijzondere reden. Ik had gewoon geen zin om verderweg te rijden.








Maar goed, omdat ik er toch langs kwam vanuit mijn werk ging ik even op bezoek bij de Pestvogel in Alkmaar. Die liet zich uitgebreid bewonderen.





In het noorden van Noord-Holland kwam de temperatuur niet boven de -2. Bij de haven Oude Zeug leverde dat een prachtig wintertafereel op.






Een zeer algemene vogel, door zijn gekrijs makkelijk te horen, is de Waterral. Dat hij zich buiten de dekking van het riet begeeft is echter wel uitzonderlijk. Zelden te zien, eigenlijk.





Een Buizerd zeilt langs.





In de Eempolder zit rustig een Buizerd.





Een Grote Zilverreiger op jacht.





Mevrouw Torenvalk mijmert wat voor zich uit, eveneens in de Eempolder.





Een Winterkoning op zoek naar een slokje water.





Bijzonder. Een Roodborst komt naar me toe en gaat me op 2, 3 meter aan zitten kijken.





Ik loop het pad naar de hut Schollevaar als mij het gevoel bekruipt dat ik word bespied. Aan de overkant van de sloot neemt een Heckrund mij argwanend op.





Mooi altijd, een Watersnip. Langzaam waadt hij door het ondiepe water, onderwijl met zijn lange snavel voedsel uit de bodem peurend.





Mistig plaatje van wat rommelige bomen aan een bevroren meer.





Twee Kuifeenden. De linker lijkt me een eerstejaars, de rechter een vrouw in winterkleed.





Nonnetje, drie vrouwtjes. Leuke wintergasten, broedvogel van boreale bossen. Rusteloos en schuw.





Een Grote Zilverreiger maakt zich klaar voor de landing.





Nogmaals het Nonnetje, ditmaal drie mannetjes. Oogstrelend mooi in wit, zwart en grijs. De kleinste soort zaagbek in ons land.

maandag 2 februari 2026

Even iets moois nr. 608 - rondje Zeeuwse en Zuidhollandse eilanden

Meestal een paar keer per jaar zak ik af naar het zuidwesten van ons land. Het is er altijd prettig fotograferen en dat ik elke keer ongeveer hetzelfde zie deert me niet zo. Want het is ook elke keer weer anders. Zo ook deze maal.





's Winters overwintert al jaren een flinke groep Flamingo's in de Grevelingen. Het brakke water bevriest niet, dus ook bij strenge vorst is er genoeg proviand.





Het is een gemengde groep waarvan de grote bleke de Europese Flamingo is; de kleine, feller gekleurde is de Chileense Flamingo. Als ik dit groepje goed bekijk kruist dat met elkaar.





Onverwacht duikt er een Roodborsttapuit op en die gaat uitgebreid staan poseren op luttele meters afstand. Een buitenkans, want ik ken ze niet anders dan licht cameraschuw. Net als andere soorten schat hij het risico van hier blijven kleiner in dan die 2.000 km naar het zuiden te vliegen. Want het is in principe een zomerse broedvogel. Mooi!





Een nurks kijkende Kleine Zilverreiger in een stoppelveld. Groter dan de koereiger, maar aanzienlijk kleiner dan de grote zilverreiger. Kenmerkend zijn zijn gele sokken. Hoofdzakelijk wintergast.





Erg gewoon natuurlijk, deze Blauwe Reiger. Maar door de entourage en de details van zijn verenpak vond ik het de foto waard.





De Steenloper. Eveneens een wintergast. In groten getale te vinden langs onze kusten. Altijd vriendelijk voor de fotograaf.





Nog een vriend van elke fotograaf: de Paarse Strandloper. Foerageert rustig en wil vaak heel dichtbij komen. Broeden doet hij in arctische delen van ons continent.





In een aantrekkelijke winteroutfit: de Kokmeeuw. Het duurt nog even eer hij zijn chocoladebruine kop krijgt.





Mevrouw Middelste Zaagbek, ook al een wintergast. Vertrekt straks naar Scandinavië of Siberië om daar nageslacht voort te brengen. Nu hier, soms in behoorlijke groepen.





Meneer Middelste Zaagbek poetst zijn verenpak. Erg vermakelijk vind ik altijd die jolige kuif.





Een Steenloper scharrelt op de Brouwersdam rond, voorbij een veel forsere zilvermeeuw. Omdat die buiten de scherpte valt krijgt het tafereel iets bijna dreigends... Of spookachtigs...





Natuurlijk, ook de Rotgans is aanwezig. Compacte soort die graag langs onze kust verblijft.