maandag 27 april 2026

Even iets moois nr. 619 - kleurigheid!

Veel fraais gezien afgelopen week; heel veel zelfs. Wonderlijke foto's mogen maken die ik hier graag laat zien. Overigens was het op vrijdag, in weerwil van het stralende zonnetje, niet warmer dan 11 graden, dus na een dagje natuur was ik verkleumd tot op het bot.





Op donderdag, uit het werk, had ik de gelegenheid de drone uit te laten boven de bollenvelden. Net op tijd, want ze waren al bezit de tulpen te toppen.





Zoals elk jaar begeef ik me graag tussen de bloeiende tulpen, op zoek naar de foeragerende Gele Kwikstaart. Wat ik nog niet eerder zag: de kwikstaart zoekt het net zo goed op de narcissen! Het tegenlicht geeft hier een heel bijzonder effect; de bloemen lijken wel geschilderd.
O, en nu ik er nog eens naar kijk vraag ik me af of ik niet de Engelse Gele Kwik voor de lens heb. Let op de minder grijze kop en de wat gele oogstreep. Dat zou dan de eerste keer zijn dat ik die (bewust) zie; een "lifer" dus.





Zoals ik hierboven zei: de tulpen werden al getopt. Hier een Gele Kwikstaart die zo'n lege stengel dan maar gebruikt als zangpost.





Op vrijdag bezocht ik drie natuurgebieden in Zuid-Holland. Hier zien we drie Kluten op een rijtje in de Nieuwe Driemanspolder. Foto in high-key, dat betekent dat die hoofdzakelijk uit witten bestaat, met wat zwarte accenten. Heeft wel wat, dacht ik.





In diezelfde polder twee Visdieven. Schitterende, elegante vogels.





Nou ken ik de Rietzanger vooral als zanger in het riet, maar hier zien we hem een plekje gevonden hebben in het raapzaad (voor het gemak hebben we het altijd over koolzaad, maar volgens mij is het raapzaad en is koolzaad meer voor op akkers.)





Dat is toch ook schitterend, zo geel op geel. Een Gele Kwikstaart eveneens vanuit het raapzaad zingend.





Goed zo! Hier heeft een Kleine Mantelmeeuw een Amerikaanse rode rivierkreeft te pakken. Die wordt even verveeld als kundig gesloopt en in stukken verorberd.





Deze foto is niet zomaar te begrijpen. We zien hier een paartje Scholekster dat zich angstig tegen de grond drukt. De reden zie je aan de linkerrand van de foto. Een Kievit heeft op datzelfde stukje land zijn nest en duldt geen andere vogels in zijn nabijheid. Met agressieve duikvluchten probeert hij de schollies te verjagen. Dat lukt hem ook.





Ik verkas naar de nabijgelegen vogelplas Starrevaart, waar weinig te beleven is. Hoewel, helemaal aan de overkant van de plas loopt een Flamingo! Best bijzonder.





Na een uurtje heb ik het wel gezien en rij ik naar Lentevreugd, een pareltje van een natuurgebied net boven Wassenaar. Mijn eerste foto heeft iets van een klassiek schilderij. Ik neem het grote kunstenaars niet kwalijk dat ze mij na-apen...





Die zitten er veel: Roodborsttapuitjes. Hun roepje wiet trak-trak vergezelt mij op mijn wandeling door het gebied.





Kneu. Ik hoop op een mannetje, met fraai rozerood gekleurde borst, maar die krijg ik niet voor de lens.





De Groenling zit daar ook en zal er zijn nest wel maken.





Altijd leuk om tegen te komen; ook redelijk schuw: de Putter. Een van onze kleurigste inheemse vogeltjes.

Maar goed, ik ging naar dit gebied voor de braamsluiper en de nachtegaal. Van die laatste hoorde ik er drie en zag er geen; de eerstgenoemde zag en hoorde ik, maar een foto lukte niet. Wie weet, een volgende keer.


maandag 20 april 2026

Even iets moois nr. 618 - Purperreiger en Oranjetipje en meer

Afgelopen vrijdag sloot ik me met Gerard op in een hut in een polder in de Alblasserwaard. Idee was niets te verwachten dus dan kan het alleen maar meevallen. En dat viel het.





Zonder enige aankondiging verscheen er ineens een Purperreiger ten tonele. Speurend naar prooi liep hij een kade af en gaf ons ruimschoots de tijd om de meest aansprekende foto's te maken.





Zijn hele kop heeft ongeveer de vorm van een bajonet. Ik zou niet graag de kikker zijn die hem voor de voeten loopt.





Sinds een week of twee is hij terug van zijn overwinteringsgebied in Afrika. Hij broedt bij voorkeur in een kolonie, ergens tussen hoog riet. Eten zoekt hij in natte weilanden en langs slootkanten.
Nu ik weer de foto's zie bekruipt me een gevoel van ontzag en een besef van bijzondere schoonheid. Ik was licht ontdaan van deze ontmoeting.





Spreeuw natuurlijk. Mooi in zijn glimmende verenpak met een olieachtige glans op sommige plekken. Ongeveer als het colbert van die oudere collega op mijn werk...





Heb je het over weidevogels, dan denk je gelijk aan de Tureluur. Tenminste, ik. Eveneens sinds een paar weken terug, of misschien heeft hij overwintert aan de kust. Nu in ieder geval weer luidruchtig aanwezig in de weilanden.





Terzijde van de hut staat op een paal een torenvalkenkast. Zojuist heeft het mannetje het vrouwtje afgelost bij het broeden, zodat ze even haar nageltjes kan doen en haar vleugels strekken.





Overal te horen en te zien: de Witte Kwikstaart.





Ook een weidevogel, zij het minder bekend: de Witgat. Nou ja, weidevogel. Broeden doen ze veel oostelijker, maar wie in het voor- of najaar door de polder loopt heeft een gerede kans er eentje te horen of te zien. Met een jolig tluul-ET-wiet-wiet landt hij ineens voor de hut.





Twee Canadese Ganzen op oorlogspad. Op een belendend perceel is een ander koppel neergestreken en dat moet beslist verjaagd worden. Niets menselijks is ze vreemd...





Als we anderhalf uur niets belangwekkends hebben we gezien verlaten we de hut en gaan op vlinderjacht in het Alblasserbos. Een absolute aanrader. Hier zien we de Gehakkelde Aurelia. Genoemd naar zijn 'gehakkelde' vleugelranden.





Bijna oogverblindend, de Dagpauwoog. Zeer veel voorkomend en overal wel te vinden.





Maar goed, eigenlijk ging het om deze: het Oranjetipje. Hier het vrouwtje dat weliswaar de oranje tipjes mist maar aan de onderkant nog steeds aantrekkelijk gevlekt is.





Ook het mannetje liet zich uitgebreid fotograferen. Ze vliegen maar een paar weken, dus er moet voortvarend een partner worden gezocht, gepaard, eitjes gelegd en dan is het alweer over. Dus ook de fotograaf moet in die paar weken zijn plaatje zien te schieten. Dat lukte dit keer wonderwel.





In de heemtuin treffen we deze Muurhagedis. Eigenlijk een illegale vreemdeling, want ze komen van nature alleen voor in Zuid-Limburg. Deze moet dus uitgezet zijn, maar is desondanks het aanzien meer dan waard.





Mooi hè. Dit is een Landkaartje. Die vliegen in twee generaties. In het voorjaar zijn ze oranje met zwart; de zomergeneratie is zwart met lichte vlekken. Allebei mooi.

zondag 5 april 2026

Even iets moois nr. 617 - Rietvelden en bos

Afgelopen vrijdag bezocht ik eerst wat rietlanden hier in de omgeving, maar het woei te hard voor de zangertjes. 's Middags verkaste ik daarom maar weer eens naar de landgoederen rond 's Graveland. Dat bleek een vruchtbare keus.





Er zijn vogels die ook vanuit de verte meer dan herkenbaar zijn. De Blauwborst is er zo eentje.





Echt meewerken wilden ze niet, maar een paar kreeg ik er toch voor de lens Sinds een goeie week weer gearriveerd zingen ze nu het hoogste lied. Tot de paartjes zijn gevormd en de eitjes zijn gelegd, dan houden ze zich verstopt onderin het riet en krijg je ze vrijwel niet meer te zien.





Ongewild jaag ik wat eenden op. Terwijl ik juist graag die Pijlstaart op de foto zou krijgen. Vooruit, dan maar een vluchtfoto. Het is die voorste; de andere zijn krakeenden.





Je weet maar nooit hoe je weg loopt en wie je ontmoet. Had iemand mij 's morgens voorspeld dat ik die dag achter een Sperwer aan zou lopen, die had ik voor gek verklaard. Maar toch gebeurde dat. Op een graspaadje zie ik na een bocht ineens een grijze vlek op een meter of 8 afstand. Ik herken hem in een flits: Sperwer. De schrik van elke zangvogel. Maar wat doet die daar nou? Ziek of gewond? Op een prooi misschien? Voorzichtig loop ik een paar passen dichterbij. De vogel kijkt eens om en trippelt 2 meter verder. Op mijn beurt doe ik ook wat voorzichtige stapjes en wacht weer even. De rover houdt mij vanuit een ooghoek in de gaten en hipt weer een metertje verder. Ik ook en dan zak ik op mijn knieën. De Sperwer slaat nu zijn vleugels uit en strijkt 4 meter verder weer neer. Ik ga staan en gebukt volg ik hem voorzichtig. De Sperwer lijkt even na te denken maar is het spelletje nu zat. Met een bruuske beweging gaat hij op de wieken en is binnen een seconde verdwenen tussen het riet. Ik hoor verschrikte vogeltjes alarmeren en dan is het weer stil. Dit was toch een van de meest bijzondere ontmoetingen tijdens mijn wekelijkse omzwervingen...





Even gewoon als bijzonder: man Slobeend. Die snavel, dat oog, die kleuren... Hij zit me net iets te ver dus ik schakel op de camera nog een tandje bij. Zodoende genomen met ca. 1.440 mm kleinbeeld of fullframe. Dat geeft een acceptabel resultaat zeggen professionals, dus waarom zou ik klagen? Gewoon mooi.





Kievitsbloemen zijn bijzonder fotogeniek, vind ik. Maar ik liet het bloemenobjectief per ongeluk thuis en bovendien waait het zo hard dat het bloempje wel een klingelende bel lijkt. Met één fotootje hou ik het voor gezien.





Ben ik op de landgoederen rond Hilversum en 's Graveland dan zoek ik altijd naar scheuren en holtes in bomen, met de gedachte dat er mogelijk een Bosuil zou kunnen zitten. En nu heb ik een keer het geluk aan mijn zijde: ik richt mijn verrekijker op deze beschadigde boom en kijk zo een Bosuil in zijn giechel.





Grappig is dat: met het blote oog zie je de vogel niet. Hij valt dan weg tegen de schors en kleuren van de boomstam. Mensen die langslopen en mij vragen waarnaar ik sta te turen, laat ik even meekijken via de camera. De plek was toch al bekend dus die geheim proberen te houden heeft geen zin.





Maar naast de uil ben ik ook altijd op zoek naar de Zwarte Specht. Die zitten daar, ik vermoed zelfs meerdere paartjes. Maar ze zijn schuw en meestal vind ik ze niet. Nu wel. Ik liep voorzichtig in de richting waar ik er eentje had gehoord en parkeerde mezelf achter een boom. Daar nam ik de tijd om de omgeving af te speuren en verdraaid. Ik richt de kijker op waar ik een zacht geklop hoor en yes: Zwarte Specht in de kijker!





Tot overmaat van vreugde voegt een tweede Zwarte Specht zich bij de eerste en krijg ik er twee tegelijk in beeld. Kijk, dat is echt geluk hebben. Vanuit mijn verdekte opstelling volg ik ze een poosje tot ze op enig moment wegvliegen. Groot zijn ze, zowat als een kraai. Na een zacht dankjewel vervolg ik mijn wandeling.





Terwijl ik een ijsvogel langs hoor vliegen zie ik een Blauwe Reiger die zich spiegelt in het water. Of is hij gewoon op jacht?





Sinds vorige week is de Zwartkop weer terug en dat zullen we weten ook. Overal is nu zijn energieke zang te horen


dinsdag 31 maart 2026

Even iets moois nr. 616 - Weidevogels

Het voorjaar dient zich voorzichtigjes aan. En langzaamaan vullen de polders zich weer met onze eigen broedvogels, terwijl de wintergasten zich klaarmaken voor vertrek. Zonder enige haast, dat dan weer wel.





Een vervreemdend gezicht, wanneer je zomaar in een groep grazende Brandganzen fotografeert.





Toch best wel mooi: de Holenduif. Iets kleiner dan de bekendere houtduif. Foerageert graag op het land en broedt in een boomholte.





Voor de tweede keer dit jaar tref ik een Roodhalsgans. Die hoort te overwinteren in de Donau-delta, dus ergens in de contreien van Roemenië en Bulgarije. Maar een enkeling sluit zich aan bij andere ganzen die westwaarts trekken en dan ineens heb je er eentje bij ons in de polder. Zeldzaam dus.





Alweer overtal te horen: de Tureluur. De eerste exemplaren nemen alweer hun plek in de polder in.





Een Grote Zilverreiger stapt statig over het veld. Die fladderveren achteraan heeft hij alleen in het voorjaar. Extra aantrekkelijk voor een potentiële partner.





Een Scholekster, ook weer teruggekeerd. 's Winters houden ze zich graag aan onze kusten op.





En datzelfde geldt voor onze Kievit. In behoorlijke groepen fleuren ze alweer onze polder op met hun enthousiaste iewit en acrobatische vlucht.





Ineens hoor ik vanuit het weiland de klagende roep van een Zwartkopmeeuw. Met enig speuren ontdek ik er drie tussen de kokmeeuwen. Leuk dat je hier zowel de kokmeeuw (links) als de Zwartkopmeeuw ziet. Het verschil is onmiskenbaar, dunkt me.





Ja, daar kwam ik eigenlijk voor: zijn de Grutto's gearriveerd? Jahoor, grotendeels nog in de plasdras gebiedjes aan de rand van de polder, maar een enkeling zoekt al zijn plekje voor het broedseizoen.





Deze moet nog wat bijkleuren, maar dat komt vast goed.





Oei, ernstig foute boel. Een eenzame Brandgans probeert waggelend en stuiptrekkend nog wat te eten, maar het is duidelijk dat hij getroffen is door de vogelgriep. Ik kijk er met ontzetting naar en hoop dat een lang lijden hem bespaard blijft...